loading

Verkeersregels

De verkeersregels beschrijven hoe een weggebruiker zich moet gedragen op de openbare weg, hieronder vallen verplichten maar ook advies om zo verstandig en veilig mogelijk te rijden. Alle weggebruikers moeten de verkeersregels goed kennen en toepassen.


Lichten

De lichten op een voertuig hebben verschillende functies en zijn een belangrijk onderdeel van verkeersveiligheid. De lichten van uw voertuig verbeteren het zicht in de nacht. Ze zorgen er ook voor dat andere weggebruikers beter de aanwezigheid, positie, grootte en richting van uw voertuig kunnen zien.

Hou uw lichten vrij van vuil, sneeuw en ijs. Kapotte lichten kunnen verwarrend zijn voor andere weggebruikers, vervang ze zo snel mogelijk. Zorg dat de lichten correct zijn afgesteld, zodat ze een duidelijk zicht op de weg geven.

Dimlicht

De dimlichten verlichten de weg zonder andere weggebruikers te verblinden, ze verlichten de weg tot ongeveer 30 meter. Bij het aanzetten van het dimlicht gaan ook de rode achterlichten branden. Het dimlichten is de standaard verlichting dat je moet gebruiken wanneer het donker wordt.


Grootlicht

Het grootlicht wordt gebruikt om de weg te verlichten zodat je verder kan zien, het zorgt voor een duidelijk zicht tot ongeveer 100 meter. Omdat het grootlicht een heel fel licht afgeeft, kan het andere weggebruikers verblinden. Je mag het grootlicht niet gebruiken als je achter een andere weggebruiker rijdt of bij het benaderen van een tegenligger.


Mistlicht

Het mistlicht mag gebruikt worden bij slechte weersomstandigheden zoals hevige regen, mist, of sneeuw. Het mistlicht kan andere weggebruikers verblinden, dus gebruik het enkel bij slecht weer. Niet alle auto's zijn uitgerust met mistlichten dus ze zijn ook niet verplicht te gebruiken.


Richtingaanwijzers

De richtingaanwijzers zijn knipperende lichten aan de linker en rechter voorkant en achterkant van het voertuig. Soms ook aan de zijkanten of op de zijspiegels van een voertuig. Ze worden gebruikt om de richting aan te geven aan andere weggebruikers bij het draaien of veranderen van rijstrook.


Waarschuwingslicht

De vier waarschuwingslichten (richtingaanwijzers) van een auto mogen enkel branden als je auto defect is of om andere bestuurders te waarschuwen voor een ongeval, een file, of een lading die op de weg ligt.


Dashboard symbolen

Dit symbool wordt gebruikt om abs aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om de airbag aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om het antidiefstalsysteem aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om de batterij aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om de handrem aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om aan te duiden dat de remmen zijn versleten.


Dit symbool wordt gebruikt om de cruise control aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om een open deur aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om de roetfilter aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om het motor management aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om de motorolie aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om de motor temperatuur aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om esp aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om de brandstof aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om voorverwarmen aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om de gordel aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om een stuur probleem aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om lage bandenspanning aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om de voorruit ontdooien aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om de achterruit ontdooien aan te duiden.


Dit symbool wordt gebruikt om ruitenwisservloeistof aan te duiden.