VerkeersbordenJapan
51. Stilstaan verboden
Stilstaan verboden betekent dat voertuigen op de aangeduide plaats niet vrijwillig mogen stoppen, zelfs niet kort om passagiers te laten in- of uitstappen of om goederen te laden of lossen. Het is een strengere beperking dan een parkeerverbod.
Een verbod om stil te staan kan worden aangegeven met een verkeersbord, wegmarkering of lokale verkeersregel. Bestuurders moeten doorrijden naar een plaats waar stoppen is toegestaan, tenzij ze door verkeersomstandigheden, een noodsituatie of een andere wettelijke verplichting gedwongen zijn te stoppen.
52. Parkeren voor personen met een handicap
Parkeren voor personen met een handicap omvat parkeerplaatsen en parkeerrechten die zijn voorbehouden aan personen met een handicap die aan de toepasselijke voorwaarden voldoen. Gereserveerde plaatsen worden normaal aangeduid met het internationale rolstoelsymbool en liggen zo dat nabijgelegen voorzieningen gemakkelijker bereikbaar zijn.
Voor het gebruik van een gereserveerde parkeerplaats is doorgaans een geldige parkeerkaart of vergunning voor personen met een handicap vereist. De kaart hoort normaal bij de rechthebbende persoon en niet bij een bepaald voertuig en mag alleen worden gebruikt wanneer die persoon zelf rijdt of in het voertuig wordt vervoerd.
53. Verkeersmanagement
Verkeersmanagement is de georganiseerde regeling, sturing en begeleiding van weggebruikers om de veiligheid, de verkeersdoorstroming en het efficiënte gebruik van wegen te verbeteren. Het kan verkeerslichten, verkeersborden, wegmarkeringen, rijstrooksignalering, variabele snelheidslimieten, omleidingen en aanwijzingen van bevoegde personen omvatten.
Verkeersmanagement kan permanent of tijdelijk zijn. Tijdelijke maatregelen worden vaak ingevoerd bij wegwerkzaamheden, files, ongevallen, openbare evenementen of andere incidenten. Bestuurders en andere weggebruikers moeten de borden, signalen en aanwijzingen ter plaatse volgen, ook wanneer die afwijken van de normale verkeerssituatie.
54. Achteruitrijden
Achteruitrijden betekent een voertuig achterwaarts verplaatsen. Het wordt vaak gebruikt bij parkeren, het verlaten van een krappe ruimte of het verplaatsen van een voertuig wanneer vooruitrijden niet praktisch is.
Voor het achteruitrijden moet de bestuurder de spiegels en dode hoeken controleren, zorgvuldig rondom het voertuig kijken en ervoor zorgen dat de ruimte achter het voertuig vrij is. Achteruitrijden moet langzaam en alleen zo lang als nodig gebeuren, omdat het zicht achter het voertuig vaak beperkt is.
55. Keren
Keren is een manoeuvre waarbij een voertuig omdraait om in de tegenovergestelde richting verder te rijden. Daarbij wordt normaal een deel van de rijbaan gekruist en voegt het voertuig opnieuw in met de rijrichting tegengesteld aan die van waaruit het kwam.
Voor het keren moet de bestuurder het omringende verkeer, voetgangers en fietsers controleren, zo nodig richting aangeven en ervoor zorgen dat er voldoende zicht en ruimte is om de manoeuvre veilig uit te voeren. Keren kan door verkeersborden of op bepaalde wegtypen verboden zijn.
56. Ongeregeld kruispunt
Een ongeregeld kruispunt is een kruispunt waar de voorrang niet specifiek wordt geregeld door verkeerslichten, een bevoegd persoon of verkeersborden die voorrang toekennen aan bepaalde richtingen. Bestuurders moeten daarom op basis van de standaardverkeersregels van het land bepalen wie voorrang heeft.
De toepasselijke regel verschilt per land en kan bijvoorbeeld voorrang van rechts, voorrang van links of een andere standaardvoorrangsregel zijn. Bestuurders moeten een ongeregeld kruispunt voorzichtig naderen, verkeer uit alle richtingen observeren en er nooit van uitgaan dat een bredere of drukkere weg automatisch voorrang heeft.
57. Wegdek
Een waarschuwing voor het wegdek geeft aan dat de weg verderop oneffen, beschadigd of in slechte staat kan zijn en de stabiliteit, besturing of remwerking van een voertuig kan beïnvloeden. Het gevaar kan bestaan uit hobbels, verzakkingen, kuilen, beschadigd wegdek of andere onregelmatigheden.
Bestuurders moeten zo nodig snelheid verminderen, voldoende afstand houden en plotseling sturen of remmen vermijden bij het rijden over een onregelmatig wegdek. De precieze betekenis en vorm van het waarschuwingsbord verschillen per land; bestuurders moeten daarom de lokale verkeersborden en voorschriften volgen.
58. Voorlopig rijbewijs
Een voorlopig rijbewijs staat een leerling-bestuurder toe om op de openbare weg te oefenen voordat een volledig rijbewijs wordt behaald. De voorwaarden verschillen per land en kunnen bepalen of de leerling door een goedgekeurde begeleider moet worden vergezeld, welke voertuigen mogen worden bestuurd, waar en wanneer gereden mag worden en hoe lang het rijbewijs geldig blijft. Een voorlopig rijbewijs is normaal aan strengere regels onderworpen dan een volledig rijbewijs en is specifiek bedoeld om te leren rijden en praktijkervaring op te doen.
59. Nooduitgang
Een nooduitgang is een gemarkeerde vluchtroute waarmee weggebruikers een tunnel of andere afgesloten verkeersvoorziening kunnen verlaten tijdens een ernstig incident, zoals brand, rookontwikkeling of een andere noodsituatie. Nooduitgangen leiden naar een veiligere ruimte die van het onmiddellijke gevaar is gescheiden.
In een noodsituatie moeten inzittenden het voertuig verlaten wanneer evacuatie nodig is en de borden en aanwijzingen voor de nooduitgang volgen. Ze moeten zich van het gevaar verwijderen in plaats van in de tunnel te blijven of naar hun voertuig terug te keren.
60. Grens van de bebouwde kom
De grens van de bebouwde kom is het punt waar een bebouwd of stedelijk gebied voor verkeersdoeleinden begint of eindigt. Ze wordt vaak aangegeven met een plaatsnaambord of bebouwde-kombord en kan het punt markeren waar bepaalde verkeersregels, zoals stedelijke snelheidslimieten, parkeerregels of andere beperkingen, beginnen of ophouden.
Een verkeerskundige komgrens komt niet noodzakelijk exact overeen met de administratieve grens van een stad of gemeente. De juridische betekenis hangt af van de verkeersborden en verkeersregels die in het land worden gebruikt.
61. Claxon
Een claxon is een geluidssignaal waarmee andere weggebruikers zo nodig voor gevaar worden gewaarschuwd of hun aandacht om veiligheidsredenen wordt getrokken. De meeste motorvoertuigen hebben een elektrische claxon die vanaf het stuur wordt bediend. Verkeersregels beperken doorgaans onnodig of overmatig claxonneren, vooral in bebouwde of woongebieden. De claxon moet daarom worden gebruikt als waarschuwingsmiddel en niet om frustratie te uiten of andere weggebruikers te begroeten.
62. Kentekenplaat
Een kentekenplaat, ook registratieplaat of nummerplaat genoemd, is een plaat met een unieke registratiecode die door de bevoegde registratieautoriteit aan een voertuig is toegewezen. Ze maakt identificatie van het voertuig mogelijk voor onder meer registratie, verkeershandhaving, belastingen, verzekering en parkeercontrole.
Uiterlijk, formaat, plaatsing en het vereiste aantal platen verschillen per land en voertuigcategorie. Bestuurders moeten ervoor zorgen dat verplichte kentekenplaten correct bevestigd, duidelijk zichtbaar en leesbaar zijn en de lokale regels volgen wanneer een plaat verloren, gestolen, beschadigd of vervangen is.
63. Laadstation
Een laadstation is een locatie met één of meer laadpunten waar de batterij van een elektrisch voertuig of plug-inhybride op het elektriciteitsnet kan worden aangesloten en opgeladen. Laadstations kunnen langs openbare wegen, op parkeerterreinen, bij serviceplaatsen of op privéterrein liggen.
Laadplaatsen kunnen voorbehouden zijn aan voertuigen die aan het laden zijn en onderworpen zijn aan parkeerbeperkingen, tijdslimieten, betalingsvoorwaarden of andere regels. Bestuurders moeten de verkeersborden, parkeerregels en laadinstructies ter plaatse volgen.
64. Gevaren
Een algemeen waarschuwingsbord voor gevaar waarschuwt weggebruikers voor een gevaar verderop waarvoor geen specifieker waarschuwingsbord bestaat. Het concrete gevaar kan worden toegelicht met een onderbord, tekst, symbool of andere aanduiding bij het waarschuwingsbord.
Bestuurders moeten extra opletten, de weg voor hen observeren en hun snelheid aanpassen aan de aard van het gevaar en de omstandigheden. De precieze vorm van het bord en de manier waarop het gevaar wordt aangeduid verschillen per land; weggebruikers moeten daarom de lokale verkeersborden en voorschriften volgen.
65. Voetganger
Een voetganger is een persoon die te voet langs of over een weg, straat, pad of andere openbare ruimte gaat. Afhankelijk van de lokale verkeerswetgeving kunnen personen die een fiets, rolstoel, kinderwagen of bepaalde andere kleine hulpmiddelen voortduwen eveneens als voetganger worden beschouwd.
Voetgangers gebruiken normaal trottoirs, voetpaden en voetgangersgebieden waar die beschikbaar zijn. Bij het oversteken van een weg of lopen waar geen geschikte voetgangersvoorziening bestaat, moeten zij de toepasselijke oversteekregels, verkeerslichten en andere lokale verkeersvoorschriften volgen.
66. Fietser
Een fietser is een persoon die een fiets berijdt en bestuurt. Fietsers zijn weggebruikers en in veel landen worden fietsen juridisch als voertuigen behandeld, waardoor fietsers veel van dezelfde verkeersregels als andere bestuurders moeten volgen, naast regels die specifiek voor fietsen gelden.
Fietsers moeten aangewezen fietsvoorzieningen gebruiken waar dat verplicht is, verkeersborden en signalen naleven en voorspelbaar en veilig rijden. De precieze regels voor plaats op de weg, voorrang, uitrusting en toegestane fietsgebieden verschillen per land.
67. Bromfiets
Een bromfiets is een licht motorvoertuig, meestal met twee of drie wielen, waarvan het vermogen, de cilinderinhoud of de maximale constructiesnelheid wettelijk is begrensd. Bromfietsen vormen juridisch meestal een categorie tussen fietsen en motorfietsen, al verschilt de precieze indeling per land.
Er kunnen bijzondere regels gelden voor de minimumleeftijd, het rijbewijs, de helm, registratie, verzekering, maximumsnelheid en het gebruik van fietspaden of rijbanen. Bestuurders moeten daarom de classificatie en verkeersregels volgen die gelden in het land waar zij rijden.
68. Motorfiets
Een motorfiets is een gemotoriseerd voertuig met twee wielen, met of zonder zijspan. Motorfietsen bestaan in veel verschillende typen en maten en zijn ontworpen voor wegverkeer, recreatie, toerritten of andere doeleinden.
Motorrijders moeten de motorfiets volledig onder controle houden, de toepasselijke verkeersregels naleven en geschikte beschermende uitrusting gebruiken. Vereisten voor rijbewijs, helm, uitrusting en weggebruik verschillen per land.
69. Auto
Een auto is een motorvoertuig dat hoofdzakelijk is ontworpen om een klein aantal personen en hun bagage over de weg te vervoeren. Auto's kunnen worden aangedreven door benzine, diesel, elektriciteit, waterstof of een combinatie van verschillende energiebronnen.
Bestuurders moeten voldoen aan de toepasselijke vereisten voor rijbewijs, voertuigregistratie, verzekering, technische staat, veiligheidsgordels en passagiersveiligheid. Snelheidslimieten, uitrustingseisen, toegangsregels en andere verkeersregels verschillen per land; bestuurders moeten daarom de lokale verkeersborden en voorschriften volgen.
70. Vrachtwagen
Een vrachtwagen is een motorvoertuig dat hoofdzakelijk is ontworpen voor het vervoer van goederen. Vrachtwagens variëren van relatief kleine bestelvoertuigen tot grote zware vrachtwagens en gelede combinaties voor goederenvervoer over lange afstand.
Omdat vrachtwagens doorgaans groter, zwaarder en minder wendbaar zijn dan personenauto's, hebben ze meer ruimte nodig om te draaien en te remmen en hebben ze vaak grotere dode hoeken. Afhankelijk van het voertuiggewicht en het land kunnen specifieke regels gelden voor snelheid, rijstrookgebruik, inhalen en toegang.
71. Bus
Een bus is een motorvoertuig dat is ontworpen voor het vervoer van meerdere passagiers, meestal als onderdeel van openbaar vervoer, schoolvervoer, privévervoer of een andere passagiersdienst. Bussen hebben doorgaans meer passagierscapaciteit dan auto's en kunnen zijn ontworpen voor zittende passagiers, staande passagiers of beide.
Voor bussen kunnen bijzondere regels gelden voor rijbewijs, passagierscapaciteit, snelheidslimieten, veiligheidsgordels, busstroken, haltes en het in- en uitstappen van passagiers. De juridische indeling van bussen en touringcars en de toepasselijke regels verschillen per land; bestuurders en passagiers moeten daarom de lokale verkeersvoorschriften volgen.
72. Politie
De politie is een overheidsdienst die wetten handhaaft, de openbare veiligheid bewaakt en situaties beheert die het wegverkeer kunnen beïnvloeden. In het verkeer kunnen politieagenten voertuigen controleren, verkeersregels handhaven, ongevallen onderzoeken, verkeer regelen en op noodsituaties reageren.
Weggebruikers moeten wettige aanwijzingen van politieagenten of andere bevoegde verkeersregelaars opvolgen. Afhankelijk van de lokale wetgeving kunnen politieaanwijzingen tijdelijk voorrang hebben op verkeerslichten, verkeersborden of de normale verkeersregeling.
73. Ambulance
Een ambulance is een voertuig dat is uitgerust en wordt gebruikt om spoedeisende medische hulp te verlenen of patiënten te vervoeren naar of tussen zorginstellingen. Ambulances kunnen medische apparatuur en opgeleid personeel meenemen dat tijdens het vervoer behandeling kan geven.
Tijdens een spoedrit kan een ambulance waarschuwingslichten en een sirene gebruiken en bijzondere voorrang of uitzonderingen op bepaalde verkeersregels krijgen. Andere weggebruikers moeten de lokale regels voor hulpdiensten volgen, voldoende ruimte maken en de doorgang niet hinderen.
74. Kuil
Een kuil is een gat of verzakking in het wegdek veroorzaakt door slijtage, weersinvloeden, water, herhaalde verkeersbelasting of achteruitgang van het wegdek. Kuilen kunnen sterk verschillen in grootte en diepte en geleidelijk ontstaan of na vorst, hevige regen of intensief verkeer erger worden.
Kuilen kunnen besturing, remwerking en voertuigstabiliteit beïnvloeden en banden, velgen of onderdelen van de ophanging beschadigen. Bestuurders en rijders moeten de weg voor zich observeren, hun snelheid aanpassen en plotselinge of gevaarlijke manoeuvres vermijden bij beschadigd wegdek.
75. Pad
Een pad is een relatief smalle route die bedoeld is voor voetgangers en, waar toegestaan, andere weggebruikers of kleine voertuigen. Paden kunnen door stedelijke gebieden, het platteland, parken, bossen of tussen andere wegen lopen en kunnen verhard of onverhard zijn.
Een pad is niet noodzakelijk hetzelfde als een voetpad of fietspad. Welke weggebruikers het mogen gebruiken hangt af van de juridische status, breedte, verkeersborden en lokale voorschriften.

Verkeersregels
Japan