1. Griekenland

Griekenland ligt aan de zuidoostelijke rand van Europa en beslaat het zuidelijke deel van het Balkanschiereiland, met een bergachtig vasteland en een groot aantal eilanden. Het verkeer rijdt rechts. De rijomstandigheden kunnen sterk verschillen tussen drukke steden, moderne autosnelwegen, steile bergroutes en smalle eilandwegen. Sinds 1 januari 2026 bedraagt de algemene snelheidslimiet op veel wegen binnen de bebouwde kom 30 km/h, hoewel bredere stedelijke wegen met meerdere rijstroken en gescheiden rijbanen doorgaans een limiet van 50 km/h behouden, tenzij verkeersborden anders aangeven.

Grieks is de belangrijkste taal op verkeersborden en wordt geschreven met het Griekse alfabet. Richtingborden tonen bestemmingen in het Griekse schrift, met waar passend een geromaniseerde vorm of Engelse vertaling, wat navigatie voor buitenlandse bestuurders vergemakkelijkt. Op veel autosnelwegen, bruggen en tunnels wordt tol geheven. Op smalle bergwegen moeten bestuurders bovendien rekening houden met een kenmerkende Griekse voorrangsregel: wanneer twee voertuigen elkaar op een steile weg niet gemakkelijk kunnen passeren, moet het dalende voertuig normaal voorrang verlenen aan het stijgende voertuig.

AI-generated by Rijbewijs-online.be • WCIT • CC BY-SA
Welk nummer kunt u in Griekenland bellen bij een noodgeval?

Bel 112 voor dringende noodhulp. Geef de operator uw locatie door en leg uit wat er is gebeurd.

🔗 civilprotection.gov.gr • Grieks ministerie voor Klimaatcrisis en Civiele Bescherming, wanneer en hoe 112 bellen

Wat is de wettelijke alcohollimiet voor bestuurders in Griekenland?

Voor de meeste bestuurders begint de strafbaarheidsdrempel voor alcohol in het bloed bij 0,5 g/l. De lagere drempel van 0,2 g/l geldt voor motor- en bromfietsers en voor beginnende en beroepsbestuurders. Deze drempels maken drinken vóór het rijden niet veilig.

🔗 europa.eu • Uw Europa, verkeersveiligheidsinformatie van de Griekse nationale overheid, alcohollimieten en categorieën bestuurders van tweewielers

Welke snelheidslimieten gelden voor personenauto's in Griekenland?

Binnen de bebouwde kom: Sinds 1 januari 2026 bedraagt de algemene maximumsnelheid 30 km/h. Een limiet van 50 km/h geldt in het algemeen op eenrichtingswegen met minstens twee gemarkeerde rijstroken, tweerichtingswegen met minstens twee gemarkeerde rijstroken per richting en tweerichtingswegen met een middenberm, tenzij borden anders aangeven.

Buiten de bebouwde kom: Voor personenauto's bedraagt de algemene maximumsnelheid op gewone wegen 90 km/h, tenzij borden een andere limiet aangeven.

Autowegen: Voor personenauto's bedraagt de algemene maximumsnelheid 110 km/h, tenzij borden een andere limiet aangeven.

Autosnelwegen: Voor personenauto's bedraagt de algemene maximumsnelheid 130 km/h, tenzij een lagere limiet is aangegeven.

🔗 api.et.gr • Griekse nationale drukkerij, verkeerswet, wet 5209/2025, artikelen 24 en 114, snelheidslimieten vanaf 1 januari 2026

Welke regels voor veiligheidsgordels en kinderbeveiliging gelden in Griekenland?

Veiligheidsgordels zijn verplicht voor bestuurders en passagiers waar ze aanwezig zijn.

Kinderen kleiner dan 135 cm moeten normaal een goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem gebruiken dat bij hun grootte past. De nationale regels staan een gewone gordel toe voor kinderen vanaf 135 cm maar kleiner dan 150 cm. Een kind jonger dan 12 op de voorste passagiersstoel moet echter een goedgekeurd systeem gebruiken dat bij zijn leeftijd, lengte en gewicht past.

Een achterwaarts gericht zitje mag niet vóór een actieve frontairbag worden gebruikt. De taxi-uitzondering vereist een achterzitplaats wanneer geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is. Gebruik waar mogelijk de achterzitplaatsen en een geschikt kinderbeveiligingssysteem.

🔗 europa.eu • Uw Europa / nationale overheden, verkeersregels in Griekenland, veiligheidsgordels en kinderbeveiligingssystemen

🔗 dsanet.gr • Grieks ministerieel besluit 43917/5066/2006, artikel 2, overgenomen door de balie van Athene

🔗 elinyae.gr • Griekse verkeerswet, wet 5209/2025, artikelen 16 en 37, staatsblad

🔗 api.et.gr • Officiële nationale bron, onderbouwende bepaling (2)

Mag u tijdens het rijden een mobiele telefoon gebruiken in Griekenland?

Een mobiele telefoon of ander telecommunicatieapparaat mag tijdens het rijden alleen worden gebruikt wanneer het op een geschikte plaats is bevestigd voor handsfree gebruik of navigatie, of met een geschikt draadloos handsfree apparaat wordt gebruikt. Het apparaat tijdens het rijden vasthouden en actief gebruiken is verboden.

🔗 europa.eu • Uw Europa / nationale overheden, verkeersregels in Griekenland, mobiele telefoon

Welke veiligheidsuitrusting moet u in een auto in Griekenland meenemen?

Auto's moeten een gevarendriehoek, EHBO-kit en brandblusser aan boord hebben.

🔗 europa.eu • Uw Europa / nationale overheden, verkeersregels in Griekenland, andere specifieke regels en voertuiguitrusting

Mag een bezoeker in Griekenland een rijbewijs uit een ander EU-land gebruiken?

Ja. Een geldig, definitief EU-rijbewijs wordt erkend voor de voertuigcategorieën waarvoor het geldt. U moet aan de toepasselijke minimumleeftijd voldoen. Een voorlopig rijbewijs of tijdelijk vervangingsattest geniet niet dezelfde automatische erkenning.

🔗 europa.eu • Uw Europa, geldigheid van rijbewijs en verzekering

Zijn motorhelmen verplicht in Griekenland?

Ja. Op een gewone, open motorfiets moeten zowel de bestuurder als de passagier een beschermende helm dragen. Gebruik een helm die aan de toepasselijke goedkeuringsvoorschriften voldoet en maak hem correct vast. Controleer de specifieke regels voordat u zich beroept op een vrijstelling voor een gesloten of speciaal uitgerust voertuig.

🔗 europa.eu • Uw Europa / nationale overheden, verkeersregels in Griekenland

2. Autosnelweg

Een autosnelweg is een weg die speciaal is ontworpen en aangeduid voor motorverkeer. Autosnelwegen hebben normaal gescheiden rijbanen voor verkeer in tegengestelde richtingen, gecontroleerde toegang via aangewezen op- en afritten, geen rechtstreekse toegang tot aangrenzende eigendommen en geen gelijkvloerse kruisingen met andere wegen, spoorwegen of paden.

Op autosnelwegen gelden bijzondere verkeersregels. De toegelaten weggebruikers, snelheidslimieten, rijstrookregels, tolheffing en noodprocedures verschillen per land, zodat bestuurders de lokale verkeersborden en regels moeten volgen.

Hoe noemt men een autosnelweg in Griekenland?

De Griekse term is αυτοκινητόδρομος (aftokinitodromos). Het verkeersreglement noemt afzonderlijk wegen voor snel verkeer; volg de autosnelwegaanduiding en de borden op de weg die u oprijdt.

🔗 aade.gr • Griekenland, verkeersreglement 5209/2025 — artikelen 24, 33

Welke snelheidslimiet geldt voor auto's op een autosnelweg in Griekenland?

Voor een gewone personenauto zonder aanhangwagen is het algemene maximum 130 km/h. Volg lagere aangegeven limieten en vertraag wanneer verkeer, weer of zicht dat vereist. Voor andere voertuigklassen kunnen andere limieten gelden.

🔗 aade.gr • Griekenland, verkeersreglement 5209/2025 — artikelen 24, 33

Wie mag een autosnelweg gebruiken in Griekenland?

Voetgangers, fietsers, dieren en niet-gemotoriseerde voertuigen zijn verboden. Gewone motorvoertuigen moeten sneller dan 70 km/h op een vlakke weg kunnen rijden; de wet voorziet ook in specifieke uitzonderingen. Traag verkeer of onveilige omstandigheden vereisen nog steeds een lagere rijsnelheid.

🔗 aade.gr • Griekenland, verkeersreglement 5209/2025 — artikelen 24, 33

Wat moet ik doen als ik een afrit mis op een autosnelweg in Griekenland?

Rijd door tot de volgende afrit en kies een veilige vervolgroute. Rijd niet achteruit, keer niet en steek de middenberm niet over om naar een gemiste afrit terug te keren.

🔗 aade.gr • Griekenland, verkeersreglement 5209/2025 — artikelen 24, 33

3. Snelheidslimiet

Een snelheidslimiet is de hoogste wettelijk toegestane snelheid op een weg, rijstrook of binnen een afgebakend gebied. Ze kan worden vastgesteld door algemene verkeersregels of worden aangegeven met vaste, variabele of tijdelijke verkeersborden.

Een snelheidslimiet is een maximum, geen streefsnelheid. Bestuurders moeten langzamer rijden wanneer verkeer, zicht, weer, wegomstandigheden, kwetsbare weggebruikers of de toestand van het voertuig de maximaal toegestane snelheid onveilig maken.

4. Kade

Een kade is een aangelegd gebied langs een rivier, kanaal, haven of ander water, doorgaans gebruikt voor laden, lossen, het aanmeren van vaartuigen of toegang tot de waterkant. Een weg kan langs het water lopen of rechtstreeks naar de kaderand leiden.

In het wegverkeer waarschuwt een kadebord voor het risico dat een voertuig de weg kan verlaten en in het water terechtkomt. Bestuurders moeten snelheid verminderen, de weginrichting zorgvuldig observeren en voldoende afstand houden van de waterkant.

Kade

5. Helling

Een helling is een weggedeelte dat merkbaar stijgt of daalt. Een steile helling kan de voertuigsnelheid, remafstand, grip, zichtbaarheid en het vermogen van zware of zwak gemotoriseerde voertuigen om een constante snelheid aan te houden beïnvloeden.

Waarschuwingsborden kunnen een steile stijging of gevaarlijke afdaling aangeven en kunnen de hellingsgraad als percentage tonen. Bestuurders moeten tijdig hun snelheid aanpassen, een geschikte versnelling kiezen en rekening houden met langzame voertuigen, bochten en veranderende wegomstandigheden.

Helling

6. Rotonde

Een rotonde is een cirkelvormige weginrichting waar verkeer in één aangeduide richting rond een centraal eiland rijdt. Voertuigen rijden de rotonde op en verlaten deze via aansluitende wegen, en verkeersborden of plaatselijke regels bepalen wie voorrang heeft.

Bestuurders moeten snelheid verminderen, een geschikte rijstrook kiezen, alle weggebruikers observeren en waar vereist richting aangeven bij het verlaten. De rijrichting, voorrang bij het oprijden, het rijstrookgebruik en de regels voor fietsers en voetgangers hangen af van plaatselijke verkeersborden en regels.

7. Bocht

Een bocht is een wegvak dat naar links of rechts van richting verandert. Een scherpe, onverwachte of slecht zichtbare bocht kan het zicht van de bestuurder op tegemoetkomend verkeer, stilstaande voertuigen, voetgangers en andere gevaren beperken.

Bestuurders moeten hun snelheid verlagen vóór ze de bocht inrijden, binnen hun rijstrook blijven en geleidelijk sturen, remmen en accelereren. Waarschuwingsborden kunnen de richting van de eerste bocht of een reeks opeenvolgende bochten aangeven.

Bocht

8. Spookrijden

Spookrijden ontstaat wanneer een bestuurder tegen de wettelijk toegestane rijrichting in rijdt. Dit kan gebeuren op een eenrichtingsweg, een weg met gescheiden rijbanen, een op- of afrit van een autosnelweg of een ander weggedeelte dat is voorbehouden voor verkeer in één richting.

Spookrijden brengt een extreem risico op een frontale botsing met zich mee. Bestuurders moeten richtingsborden, verboden-toegangsborden, rijstrookpijlen en wegmarkeringen volgen. Wie per ongeluk in de verkeerde richting een weg oprijdt, moet vertragen, het andere verkeer waarschuwen, op de veiligst mogelijke plaats stoppen en de hulpdiensten contacteren.

Spookrijden

9. Verkeerslichten

Verkeerslichten gebruiken gekleurde lichten, pijlen of symbolen om te regelen wanneer weggebruikers mogen doorrijden, zich moeten voorbereiden om te stoppen of moeten blijven stilstaan. Afzonderlijke signalen kunnen gelden voor bepaalde richtingen, rijstroken, voetgangers, fietsers of voertuigen van het openbaar vervoer.

Een groen licht staat beweging alleen toe wanneer de weg vrij is en de beweging verder wettelijk is toegestaan. Weggebruikers moeten daarnaast voorrangsregels, afslagverboden, wegmarkeringen en aanwijzingen van bevoegde verkeersregelaars blijven volgen.

Verkeerslichten

10. Verkeersspiegel

Een verkeersspiegel is een bolle spiegel die wordt geplaatst bij een kruispunt, uitrit, bocht of andere plaats met beperkt zicht. Door het gebogen oppervlak biedt hij een breder zicht op naderende weggebruikers dan een gewone vlakke spiegel.

Een verkeersspiegel is alleen een hulpmiddel voor het zicht. Hij kan afstand, snelheid en richting vervormen en kan worden beïnvloed door duisternis, weer, vuil of beschadiging. Bestuurders moeten de weg rechtstreeks blijven observeren, alle voorrangsregels naleven en alleen verder rijden wanneer dat veilig is.

Verkeersspiegel

11. Achteruitrijden

Achteruitrijden betekent een voertuig achterwaarts verplaatsen. Het wordt vaak gebruikt bij parkeren, het verlaten van een krappe ruimte of het verplaatsen van een voertuig wanneer vooruitrijden niet praktisch is.

Voor het achteruitrijden moet de bestuurder de spiegels en dode hoeken controleren, zorgvuldig rondom het voertuig kijken en ervoor zorgen dat de ruimte achter het voertuig vrij is. Achteruitrijden moet langzaam en alleen zo lang als nodig gebeuren, omdat het zicht achter het voertuig vaak beperkt is.

Achteruitrijden

12. Keren

Keren is een manoeuvre waarbij een voertuig omdraait om in de tegenovergestelde richting verder te rijden. Daarbij wordt normaal een deel van de rijbaan gekruist en voegt het voertuig opnieuw in met de rijrichting tegengesteld aan die van waaruit het kwam.

Voor het keren moet de bestuurder het omringende verkeer, voetgangers en fietsers controleren, zo nodig richting aangeven en ervoor zorgen dat er voldoende zicht en ruimte is om de manoeuvre veilig uit te voeren. Keren kan door verkeersborden of op bepaalde wegtypen verboden zijn.

Keren

13. Grens van de bebouwde kom

De grens van de bebouwde kom is het punt waar een bebouwd of stedelijk gebied voor verkeersdoeleinden begint of eindigt. Ze wordt vaak aangegeven met een plaatsnaambord of bebouwde-kombord en kan het punt markeren waar bepaalde verkeersregels, zoals stedelijke snelheidslimieten, parkeerregels of andere beperkingen, beginnen of ophouden.

Een verkeerskundige komgrens komt niet noodzakelijk exact overeen met de administratieve grens van een stad of gemeente. De juridische betekenis hangt af van de verkeersborden en verkeersregels die in het land worden gebruikt.

14. Toeristische attractie

Een toeristische attractie is een bezienswaardigheid waar bezoekers naartoe kunnen reizen om culturele, historische, recreatieve, natuurlijke of amusementsredenen. Voorbeelden zijn monumenten, kastelen, musea, uitzichtpunten, pretparken en andere opmerkelijke bestemmingen.

Toeristische attracties kunnen worden aangegeven met toeristische borden of richtingborden die reizigers helpen de bestemming te vinden. De kleuren, symbolen en soorten attracties die worden weergegeven verschillen per land.

Toeristische attractie

15. Kentekenplaat

Een kentekenplaat, ook registratieplaat of nummerplaat genoemd, is een plaat met een unieke registratiecode die door de bevoegde registratieautoriteit aan een voertuig is toegewezen. Ze maakt identificatie van het voertuig mogelijk voor onder meer registratie, verkeershandhaving, belastingen, verzekering en parkeercontrole.

Uiterlijk, formaat, plaatsing en het vereiste aantal platen verschillen per land en voertuigcategorie. Bestuurders moeten ervoor zorgen dat verplichte kentekenplaten correct bevestigd, duidelijk zichtbaar en leesbaar zijn en de lokale regels volgen wanneer een plaat verloren, gestolen, beschadigd of vervangen is.

Kentekenplaat

16. Bus

Een bus is een motorvoertuig dat is ontworpen voor het vervoer van meerdere passagiers, meestal als onderdeel van openbaar vervoer, schoolvervoer, privévervoer of een andere passagiersdienst. Bussen hebben doorgaans meer passagierscapaciteit dan auto's en kunnen zijn ontworpen voor zittende passagiers, staande passagiers of beide.

Voor bussen kunnen bijzondere regels gelden voor rijbewijs, passagierscapaciteit, snelheidslimieten, veiligheidsgordels, busstroken, haltes en het in- en uitstappen van passagiers. De juridische indeling van bussen en touringcars en de toepasselijke regels verschillen per land; bestuurders en passagiers moeten daarom de lokale verkeersvoorschriften volgen.

Bus

17. Politie

De politie is een overheidsdienst die wetten handhaaft, de openbare veiligheid bewaakt en situaties beheert die het wegverkeer kunnen beïnvloeden. In het verkeer kunnen politieagenten voertuigen controleren, verkeersregels handhaven, ongevallen onderzoeken, verkeer regelen en op noodsituaties reageren.

Weggebruikers moeten wettige aanwijzingen van politieagenten of andere bevoegde verkeersregelaars opvolgen. Afhankelijk van de lokale wetgeving kunnen politieaanwijzingen tijdelijk voorrang hebben op verkeerslichten, verkeersborden of de normale verkeersregeling.

18. Ambulance

Een ambulance is een voertuig dat is uitgerust en wordt gebruikt om spoedeisende medische hulp te verlenen of patiënten te vervoeren naar of tussen zorginstellingen. Ambulances kunnen medische apparatuur en opgeleid personeel meenemen dat tijdens het vervoer behandeling kan geven.

Tijdens een spoedrit kan een ambulance waarschuwingslichten en een sirene gebruiken en bijzondere voorrang of uitzonderingen op bepaalde verkeersregels krijgen. Andere weggebruikers moeten de lokale regels voor hulpdiensten volgen, voldoende ruimte maken en de doorgang niet hinderen.

Ambulance

19. Europese emissienorm

Een Europese emissienorm, meestal een Euronorm genoemd, is een Europese voertuigclassificatie op basis van grenswaarden voor vervuilende stoffen die door voertuigen en hun motoren worden uitgestoten. Opeenvolgende normen, zoals Euro 4, Euro 5 en Euro 6, voerden steeds strengere eisen in voor stoffen zoals stikstofoxiden, fijnstof, koolmonoxide en koolwaterstoffen.

De Euronorm van een voertuig wordt vastgesteld als onderdeel van de typegoedkeuring en hangt af van factoren zoals voertuigcategorie, brandstoftype en de emissiewetgeving die bij de goedkeuring gold. Overheden kunnen Euronormen ook gebruiken om toegang tot lage-emissiezones te bepalen, maar lokale toegangsregels verschillen per land en stad.

Europese emissienorm

20. Kuil

Een kuil is een gat of verzakking in het wegdek veroorzaakt door slijtage, weersinvloeden, water, herhaalde verkeersbelasting of achteruitgang van het wegdek. Kuilen kunnen sterk verschillen in grootte en diepte en geleidelijk ontstaan of na vorst, hevige regen of intensief verkeer erger worden.

Kuilen kunnen besturing, remwerking en voertuigstabiliteit beïnvloeden en banden, velgen of onderdelen van de ophanging beschadigen. Bestuurders en rijders moeten de weg voor zich observeren, hun snelheid aanpassen en plotselinge of gevaarlijke manoeuvres vermijden bij beschadigd wegdek.

Kuil

21. Pad

Een pad is een relatief smalle route die bedoeld is voor voetgangers en, waar toegestaan, andere weggebruikers of kleine voertuigen. Paden kunnen door stedelijke gebieden, het platteland, parken, bossen of tussen andere wegen lopen en kunnen verhard of onverhard zijn.

Een pad is niet noodzakelijk hetzelfde als een voetpad of fietspad. Welke weggebruikers het mogen gebruiken hangt af van de juridische status, breedte, verkeersborden en lokale voorschriften.

Pad

22. Fijnstof

Fijnstof, of particulate matter (PM), bestaat uit zeer kleine vaste deeltjes of vloeistofdruppeltjes die in de lucht zweven. In het wegverkeer kunnen fijnstofemissies afkomstig zijn van uitlaatgassen, remslijtage, bandenslijtage en slijtage van het wegdek, maar ook van stof dat door passerend verkeer wordt opgewerveld.

Fijnstof wordt vaak ingedeeld naar de grootte van de deeltjes. PM10 verwijst naar deeltjes met een diameter tot ongeveer 10 micrometer, terwijl PM2.5 fijnere deeltjes tot ongeveer 2,5 micrometer omvat. Voertuigemissienormen, roetfilters en luchtkwaliteitsmaatregelen worden gebruikt om blootstelling aan deze vervuilende stoffen te verminderen.

Fijnstof

23. Luchtverontreiniging

Luchtverontreiniging is de aanwezigheid van gassen, deeltjes of andere stoffen in de lucht in concentraties die de menselijke gezondheid, het milieu of ecosystemen kunnen schaden. Wegverkeer draagt bij aan luchtverontreiniging via uitlaatemissies en via niet-uitlaatbronnen zoals remslijtage, bandenslijtage en wegstof.

Belangrijke verkeersgerelateerde vervuilende stoffen zijn stikstofoxiden, fijnstof, koolmonoxide en vluchtige organische stoffen. Sommige stoffen worden rechtstreeks door voertuigen uitgestoten, terwijl andere door chemische reacties in de atmosfeer kunnen ontstaan. Voertuigemissienormen, schonere technologieën en verkeersmanagementmaatregelen worden gebruikt om deze emissies te verminderen.

Luchtverontreiniging

24. Spitsuur

Spitsuur is een periode waarin wegen en openbaarvervoersnetwerken een bijzonder hoge verkeersvraag kennen, meestal doordat grote aantallen mensen naar of van werk, school of andere regelmatige bestemmingen reizen. Het vindt op werkdagen doorgaans in de ochtend en de late namiddag of avond plaats.

Spitsverkeer kan leiden tot files, lagere snelheden, langere reistijden en veelvuldig stoppen. Bestuurders moeten voldoende volgafstand houden, geduldig blijven, veranderende verkeerssituaties voorzien en eventuele tijdelijke of dynamische verkeersmanagementmaatregelen volgen.

Spitsuur

25. Verkeersreglement

Een verkeersreglement is een verzameling wetten en verkeersregels die bepalen hoe mensen openbare wegen gebruiken. Het legt regels vast voor bestuurders, fietsers, voetgangers en andere weggebruikers en behandelt onderwerpen zoals voorrang, snelheid, inhalen, parkeren, verkeerslichten, verkeersborden en wegmarkeringen.

Verkeersreglementen verschillen per land en soms per regio. Van iedere weggebruiker wordt verwacht dat hij de regels kent en naleeft die gelden waar hij zich bevindt, ook wanneer die afwijken van de regels in het eigen land.