1. Indonesië

Indonesië is een uitgestrekt eilandenland in Zuidoost-Azië, verspreid over duizenden eilanden tussen de Indische en Stille Oceaan. Het verkeer rijdt links. De rijomstandigheden verschillen sterk tussen het dichtbevolkte Java, toeristische gebieden zoals Bali, belangrijke wegen op Sumatra en Sulawesi en meer afgelegen eilanden; reizen tussen eilanden kan ook veerboten omvatten. Bahasa Indonesia is de belangrijkste taal voor geschreven verkeersinformatie. Het tropische weer is eveneens een belangrijke factor, waarbij hevige regen het zicht snel kan verminderen en stilstaand water of overstromingen op wegen kan veroorzaken.

Indonesië heeft een groeiend netwerk van tolautosnelwegen, vooral op Java en Sumatra, maar geen nationaal vignet. Betalingen op tolwegen zijn cashloos en gebeuren normaal met elektronisch geld, en het landelijke maximum op vrijstromende tolwegen is doorgaans 100 km/h met een minimum van 60 km/h, hoewel aangegeven limieten lager kunnen zijn. Motorfietsen domineren het verkeer in veel delen van het land maar zijn doorgaans verboden op tolwegen; de Bali Mandara Toll Road vormt een belangrijke uitzondering omdat deze een afzonderlijke motorfietsstrook heeft. Op gewone wegen bedragen de nationale maximumsnelheden doorgaans 80 km/h buiten stedelijke gebieden, 50 km/h in stedelijke gebieden en 30 km/h in woongebieden.

AI-generated by Rijbewijs-online.be • WCIT • CC BY-SA
Wat is de alcohollimiet voor het rijden in Indonesië?

De Indonesische wet inzake wegverkeer en vervoer vereist dat een bestuurder met volledige concentratie rijdt. De toelichting noemt alcohol en drugs die de rijvaardigheid beïnvloeden uitdrukkelijk als omstandigheden die deze plicht hinderen. Drink vóór het rijden geen alcohol.

🔗 peraturan.bpk.go.id • Indonesië, wet 22/2009, artikelen 106–107 en toelichting 106(1)

Welke snelheidslimieten gelden voor personenauto's in Indonesië?

Binnen de bebouwde kom: Het nationale maximum in een stedelijk gebied bedraagt in het algemeen 50 km/h. Voor een afzonderlijke weg kan een lagere limiet worden ingesteld en aangegeven.

Buiten de bebouwde kom: Het nationale maximum op een interstedelijke weg bedraagt in het algemeen 80 km/h, tenzij een lagere limiet is ingesteld.

Woongebieden: Het nationale maximum bedraagt in het algemeen 30 km/h, tenzij borden een andere toepasselijke limiet vaststellen.

Tolwegen en andere wegen met vrije doorstroming: Op wegen met vrije doorstroming, zoals tol-autosnelwegen, voorziet het nationale kader in het algemeen in maximaal 100 km/h en minimaal 60 km/h. Volg altijd de aangegeven limiet, want afzonderlijke trajecten kunnen lagere limieten hebben.

🔗 peraturan.bpk.go.id • Indonesië, regeringsregeling 79/2013, artikel 23, nationaal snelheidskader

Zijn veiligheidsgordels verplicht in Indonesië?

Ja. De nationale wet verplicht uitdrukkelijk de bestuurder en de passagier naast de bestuurder in een motorvoertuig met vier of meer wielen om veiligheidsgordels te dragen.

🔗 peraturan.bpk.go.id • Indonesische overheid, wet inzake wegverkeer en vervoer 22/2009, veiligheidsgordels en bescherming van inzittenden

Mag u tijdens het rijden een mobiele telefoon gebruiken in Indonesië?

Een bestuurder moet het voertuig met volledige concentratie besturen. De Indonesische wet beschouwt activiteiten zoals telefoneren die de concentratie hinderen uitdrukkelijk als onverenigbaar met deze plicht. Een bestuurder mag een telefoon tijdens het rijden dus niet op een afleidende manier hanteren of gebruiken.

🔗 peraturan.bpk.go.id • Indonesische overheid, wet inzake wegverkeer en vervoer 22/2009, mobiele apparaten en aandacht

Zijn motorhelmen verplicht in Indonesië?

Ja. Zowel de motorrijder als de passagier moet een helm dragen die voldoet aan de Indonesische nationale norm (SNI).

🔗 peraturan.bpk.go.id • Indonesische overheid, wet inzake wegverkeer en vervoer 22/2009

Moeten motorfietsen overdag hun koplamp gebruiken in Indonesië?

Ja. Motorrijders moeten ook overdag hun hoofdverlichting gebruiken en daarnaast aan de normale verlichtingsvoorschriften voor het donker en slechte omstandigheden voldoen.

🔗 peraturan.bpk.go.id • Indonesische overheid, wet inzake wegverkeer en vervoer 22/2009

2. Autosnelweg

Een autosnelweg is een weg die speciaal is ontworpen en aangeduid voor motorverkeer. Autosnelwegen hebben normaal gescheiden rijbanen voor verkeer in tegengestelde richtingen, gecontroleerde toegang via aangewezen op- en afritten, geen rechtstreekse toegang tot aangrenzende eigendommen en geen gelijkvloerse kruisingen met andere wegen, spoorwegen of paden.

Op autosnelwegen gelden bijzondere verkeersregels. De toegelaten weggebruikers, snelheidslimieten, rijstrookregels, tolheffing en noodprocedures verschillen per land, zodat bestuurders de lokale verkeersborden en regels moeten volgen.

Hoe noemt men een autoweg in Indonesië?

Jalan bebas hambatan is een openbare weg met volledige toegangscontrole, zonder gelijkvloerse kruispunten en met afrastering langs het weggebied. Jalan tol is een tolweg binnen die categorie en maakt deel uit van het nationale wegennet. Controleer de werkelijke snelheidsborden en voertuigbeperkingen; de tolwegnaam stelt niet overal één identieke limiet vast.

🔗 peraturan.bpk.go.id • Indonesië — PP 23/2024 artikelen 1 en 68–69; PM 111/2015 artikel 3

🔗 peraturan.bpk.go.id • BPK — wet 6/2023, artikel 55, wijzigingen van wet 22/2009

🔗 peraturan.bpk.go.id • PM 111/2015 — nationaal snelheidskader, wegcategorieën en minimum bij vrije doorstroming in artikel 3

🔗 jdih.kemenkeu.go.id • PP 79/2013 — bepalingen over wegennet en snelheid

🔗 peraturan.bpk.go.id • PP 30/2021 — actuele uitvoeringswijzigingen

🔗 peraturan.bpk.go.id • PP 23/2024 — actuele tolwegdefinitie, rustplaatsen en rijbaan-/vluchtstrookgebruik in artikel 69

Welke snelheidslimiet geldt voor auto's op een autoweg in Indonesië?

Op freeways zoals tolautowegen voorziet het nationale kader normaal in een maximum van 100 km/h en een minimum van 60 km/h bij vrij doorstromend verkeer. Volg lagere aangegeven maxima en vertraag voor files of onveilige omstandigheden.

🔗 peraturan.bpk.go.id • Indonesië — PP 23/2024 artikelen 1 en 68–69; PM 111/2015 artikel 3

🔗 peraturan.bpk.go.id • BPK — wet 6/2023, artikel 55, wijzigingen van wet 22/2009

🔗 peraturan.bpk.go.id • PM 111/2015 — nationaal snelheidskader, wegcategorieën en minimum bij vrije doorstroming in artikel 3

🔗 jdih.kemenkeu.go.id • PP 79/2013 — bepalingen over wegennet en snelheid

🔗 peraturan.bpk.go.id • PP 30/2021 — actuele uitvoeringswijzigingen

🔗 peraturan.bpk.go.id • PP 23/2024 — actuele tolwegdefinitie, rustplaatsen en rijbaan-/vluchtstrookgebruik in artikel 69

Mag ik op een tolautoweg in Indonesië stoppen voor een pauze?

Nee. Gebruik een aangewezen rust- of verzorgingsplaats voor een gewone pauze. De rijstroken van tolwegen mogen niet worden gebruikt om te stoppen; de vluchtstrook is voor noodgebruik, inclusief voertuigen die een noodstop maken. Volg de verkeersaanwijzingen van de politie en de noodinstructies van de beheerder; de vluchtstrook is geen gewone rustplaats.

🔗 peraturan.bpk.go.id • Indonesië — PP 23/2024 artikelen 1 en 68–69; PM 111/2015 artikel 3

🔗 peraturan.bpk.go.id • BPK — wet 6/2023, artikel 55, wijzigingen van wet 22/2009

🔗 peraturan.bpk.go.id • PM 111/2015 — nationaal snelheidskader, wegcategorieën en minimum bij vrije doorstroming in artikel 3

🔗 jdih.kemenkeu.go.id • PP 79/2013 — bepalingen over wegennet en snelheid

🔗 peraturan.bpk.go.id • PP 30/2021 — actuele uitvoeringswijzigingen

🔗 peraturan.bpk.go.id • PP 23/2024 — actuele tolwegdefinitie, rustplaatsen en rijbaan-/vluchtstrookgebruik in artikel 69

Mag ik een telefoon vasthouden tijdens het rijden op een autoweg in Indonesië?

Rijden vereist volledige concentratie. Gebruik een telefoon niet in de hand op een manier die aandacht of controle verstoort. Stel navigatie voor vertrek in en stop op een geschikte rustplaats als u de telefoon moet bedienen.

🔗 peraturan.bpk.go.id • Indonesië — PP 23/2024 artikelen 1 en 68–69; PM 111/2015 artikel 3

🔗 peraturan.bpk.go.id • BPK — wet 6/2023, artikel 55, wijzigingen van wet 22/2009

🔗 peraturan.bpk.go.id • PM 111/2015 — nationaal snelheidskader, wegcategorieën en minimum bij vrije doorstroming in artikel 3

🔗 jdih.kemenkeu.go.id • PP 79/2013 — bepalingen over wegennet en snelheid

🔗 peraturan.bpk.go.id • PP 30/2021 — actuele uitvoeringswijzigingen

🔗 peraturan.bpk.go.id • PP 23/2024 — actuele tolwegdefinitie, rustplaatsen en rijbaan-/vluchtstrookgebruik in artikel 69

3. Snelheidslimiet

Een snelheidslimiet is de hoogste wettelijk toegestane snelheid op een weg, rijstrook of binnen een afgebakend gebied. Ze kan worden vastgesteld door algemene verkeersregels of worden aangegeven met vaste, variabele of tijdelijke verkeersborden.

Een snelheidslimiet is een maximum, geen streefsnelheid. Bestuurders moeten langzamer rijden wanneer verkeer, zicht, weer, wegomstandigheden, kwetsbare weggebruikers of de toestand van het voertuig de maximaal toegestane snelheid onveilig maken.

Snelheidslimiet

4. Brug

Een brug is een constructie die een weg, pad of spoorweg over een hindernis voert, zoals een rivier, vallei, spoorlijn of andere weg. Een verkeersbrug kan één of meer rijbanen bevatten, samen met voorzieningen voor voetgangers of fietsers.

Bestuurders moeten alle snelheids-, gewichts-, hoogte-, breedte- of voertuigtoegangsbeperkingen naleven die voor de brug gelden. Extra voorzichtigheid kan nodig zijn op smalle, blootgestelde of beweegbare bruggen en wanneer weersomstandigheden zoals wind, regen of ijs het wegdek beïnvloeden.

Brug

5. Tolweg

Een tolweg is een weg, autosnelweg, brug, tunnel of andere route waarvoor gebruikers moeten betalen. De tol kan voor alle voertuigen gelden of alleen voor bepaalde voertuigcategorieën, en het bedrag kan afhangen van factoren zoals de afgelegde afstand, het voertuigtype, het gewicht of de uitstoot.

Tol kan worden geïnd bij tolpoorten, elektronisch of via een vignet- of afstandsgebaseerd heffingssysteem. Bestuurders moeten vóór gebruik van een tolweg de toepasselijke betalingsregels controleren, vooral wanneer zij in een ander land rijden.

Tolweg

6. Helling

Een helling is een weggedeelte dat merkbaar stijgt of daalt. Een steile helling kan de voertuigsnelheid, remafstand, grip, zichtbaarheid en het vermogen van zware of zwak gemotoriseerde voertuigen om een constante snelheid aan te houden beïnvloeden.

Waarschuwingsborden kunnen een steile stijging of gevaarlijke afdaling aangeven en kunnen de hellingsgraad als percentage tonen. Bestuurders moeten tijdig hun snelheid aanpassen, een geschikte versnelling kiezen en rekening houden met langzame voertuigen, bochten en veranderende wegomstandigheden.

7. Rotonde

Een rotonde is een cirkelvormige weginrichting waar verkeer in één aangeduide richting rond een centraal eiland rijdt. Voertuigen rijden de rotonde op en verlaten deze via aansluitende wegen, en verkeersborden of plaatselijke regels bepalen wie voorrang heeft.

Bestuurders moeten snelheid verminderen, een geschikte rijstrook kiezen, alle weggebruikers observeren en waar vereist richting aangeven bij het verlaten. De rijrichting, voorrang bij het oprijden, het rijstrookgebruik en de regels voor fietsers en voetgangers hangen af van plaatselijke verkeersborden en regels.

8. Voetgangersoversteekplaats

Een voetgangersoversteekplaats is een aangewezen plaats waar voetgangers een weg kunnen oversteken. Ze wordt doorgaans aangeduid met wegmarkeringen, verkeersborden, verkeerslichten of een combinatie daarvan.

Bestuurders moeten met de nodige voorzichtigheid naderen en voorrang verlenen wanneer de plaatselijke wetgeving dat vereist. Voetgangers moeten ook op naderend verkeer letten en eventuele voetgangerslichten of aanwijzingen van bevoegde verkeersregelaars opvolgen.

Voetgangersoversteekplaats

9. Spoorwegovergang

Een spoorwegovergang, ook wel overweg genoemd, is een plaats waar een weg of pad spoorlijnen op hetzelfde niveau kruist. De overweg kan beveiligd zijn met slagbomen, waarschuwingslichten, bellen, verkeersborden of een combinatie van deze voorzieningen.

Weggebruikers moeten voorzichtig naderen en mogen de overweg nooit oprijden wanneer een trein nadert, waarschuwingssignalen actief zijn of de uitrit geblokkeerd is. Steek vlot over en stop of wacht nooit op de sporen en zorg dat u er niet vast komt te staan.

Spoorwegovergang

10. Afslagverbod

Een afslagverbod verhindert bestuurders om af te slaan in de richting die door een verkeersbord wordt aangegeven. Het kan linksaf slaan, rechtsaf slaan of keren verbieden op een kruispunt of langs een bepaald wegvak.

Bestuurders moeten een toegestane route blijven volgen en eventuele rijstrookpijlen of borden met verplichte rijrichting respecteren. Een afslagverbod bepaalt op zichzelf geen voorrang of snelheid, en iedere uitzondering voor fietsers, openbaar vervoer of andere weggebruikers moet uitdrukkelijk worden aangegeven.

Afslagverbod

11. Schoolomgeving

Een schoolomgeving is een weg of een groep wegen nabij een school waar grote aantallen kinderen kunnen lopen, fietsen, oversteken of in- en uitstappen. Ze kan worden aangeduid met waarschuwingsborden, zoneborden, wegmarkeringen, verkeersremmende maatregelen of knipperlichten.

Bijzondere snelheidslimieten, parkeerbeperkingen of toegangsregels kunnen permanent gelden of alleen tijdens de aankomst- en vertrektijden van de school. Bestuurders moeten snelheid verminderen, extra goed op kinderen letten en bereid zijn te stoppen.

Schoolomgeving

12. Bocht

Een bocht is een wegvak dat naar links of rechts van richting verandert. Een scherpe, onverwachte of slecht zichtbare bocht kan het zicht van de bestuurder op tegemoetkomend verkeer, stilstaande voertuigen, voetgangers en andere gevaren beperken.

Bestuurders moeten hun snelheid verlagen vóór ze de bocht inrijden, binnen hun rijstrook blijven en geleidelijk sturen, remmen en accelereren. Waarschuwingsborden kunnen de richting van de eerste bocht of een reeks opeenvolgende bochten aangeven.

Bocht

13. Voorrang op het volgende kruispunt

Voorrang op het volgende kruispunt betekent dat bestuurders die op een bepaalde weg rijden voorrang hebben op verkeer dat op het volgende kruispunt vanuit kruisende wegen invoegt. De voorrangsregeling wordt normaal aangegeven met borden die zowel naar het voorrangsgerechtigde verkeer als naar het verkeer dat voorrang moet verlenen zijn gericht.

Anders dan bij een doorlopende voorrangsweg geldt deze voorrang alleen op het aangeduide kruispunt. Bestuurders moeten het kruispunt nog steeds voorzichtig naderen en verkeerslichten, aanwijzingen van bevoegde personen, oversteekplaatsen, afslagregels en andere toepasselijke verkeersborden naleven.

Voorrang op het volgende kruispunt

14. Verkeerslichten

Verkeerslichten gebruiken gekleurde lichten, pijlen of symbolen om te regelen wanneer weggebruikers mogen doorrijden, zich moeten voorbereiden om te stoppen of moeten blijven stilstaan. Afzonderlijke signalen kunnen gelden voor bepaalde richtingen, rijstroken, voetgangers, fietsers of voertuigen van het openbaar vervoer.

Een groen licht staat beweging alleen toe wanneer de weg vrij is en de beweging verder wettelijk is toegestaan. Weggebruikers moeten daarnaast voorrangsregels, afslagverboden, wegmarkeringen en aanwijzingen van bevoegde verkeersregelaars blijven volgen.

Verkeerslichten

15. Rijbewijs

Een rijbewijs is een officieel document dat iemand toestemming geeft om een of meer bepaalde categorieën motorvoertuigen te besturen. Het kan voorwaarden, beperkingen, categoriecodes en vervaldata bevatten die bepalen welke voertuigen de houder mag besturen.

Bestuurders moeten beschikken over een rijbewijs dat geldig is voor de betrokken voertuigcategorie en het betrokken rechtsgebied. Een rijbewijs kan voorlopig, definitief, beperkt, geschorst of ingetrokken zijn en voor beroepsmatig rijden kunnen aanvullende kwalificaties vereist zijn.

16. Parkeren

Parkeren betekent een voertuig gedurende enige tijd stil laten staan, in plaats van alleen kort te stoppen vanwege verkeersomstandigheden of een andere onmiddellijke noodzaak. Veel landen maken onderscheid tussen parkeren en een korte stop om passagiers te laten in- of uitstappen of goederen te laden of lossen, hoewel de precieze juridische definitie verschilt.

Parkeren kan toegestaan, beperkt, voorbehouden, in tijd beperkt of verboden zijn door verkeersborden, wegmarkeringen, parkeerzones en lokale voorschriften. Bestuurders moeten parkeren zonder gevaar of onnodige hinder te veroorzaken en moeten voorwaarden betreffende betaling, vergunningen, voertuigcategorieën of maximale parkeerduur naleven.

Parkeren

17. Parkeren verboden

Parkeren verboden betekent dat voertuigen niet geparkeerd mogen worden op de plaats of langs het weggedeelte waarop de beperking van toepassing is. Afhankelijk van de lokale wetgeving mag een bestuurder mogelijk nog wel kort stoppen om passagiers te laten in- of uitstappen of om goederen te laden of lossen, zolang stoppen zelf niet verboden is.

Een parkeerverbod kan voortdurend gelden of alleen tijdens bepaalde tijden, dagen, voor bepaalde voertuigcategorieën of op bepaalde weggedeelten. De precieze reikwijdte en uitzonderingen worden bepaald door het verkeersbord, onderborden, wegmarkeringen en lokale verkeersregels.

Parkeren verboden

18. Stilstaan verboden

Stilstaan verboden betekent dat voertuigen op de aangeduide plaats niet vrijwillig mogen stoppen, zelfs niet kort om passagiers te laten in- of uitstappen of om goederen te laden of lossen. Het is een strengere beperking dan een parkeerverbod.

Een verbod om stil te staan kan worden aangegeven met een verkeersbord, wegmarkering of lokale verkeersregel. Bestuurders moeten doorrijden naar een plaats waar stoppen is toegestaan, tenzij ze door verkeersomstandigheden, een noodsituatie of een andere wettelijke verplichting gedwongen zijn te stoppen.

Stilstaan verboden

19. Achteruitrijden

Achteruitrijden betekent een voertuig achterwaarts verplaatsen. Het wordt vaak gebruikt bij parkeren, het verlaten van een krappe ruimte of het verplaatsen van een voertuig wanneer vooruitrijden niet praktisch is.

Voor het achteruitrijden moet de bestuurder de spiegels en dode hoeken controleren, zorgvuldig rondom het voertuig kijken en ervoor zorgen dat de ruimte achter het voertuig vrij is. Achteruitrijden moet langzaam en alleen zo lang als nodig gebeuren, omdat het zicht achter het voertuig vaak beperkt is.

Achteruitrijden

20. Keren

Keren is een manoeuvre waarbij een voertuig omdraait om in de tegenovergestelde richting verder te rijden. Daarbij wordt normaal een deel van de rijbaan gekruist en voegt het voertuig opnieuw in met de rijrichting tegengesteld aan die van waaruit het kwam.

Voor het keren moet de bestuurder het omringende verkeer, voetgangers en fietsers controleren, zo nodig richting aangeven en ervoor zorgen dat er voldoende zicht en ruimte is om de manoeuvre veilig uit te voeren. Keren kan door verkeersborden of op bepaalde wegtypen verboden zijn.

Keren

21. Ongeregeld kruispunt

Een ongeregeld kruispunt is een kruispunt waar de voorrang niet specifiek wordt geregeld door verkeerslichten, een bevoegd persoon of verkeersborden die voorrang toekennen aan bepaalde richtingen. Bestuurders moeten daarom op basis van de standaardverkeersregels van het land bepalen wie voorrang heeft.

De toepasselijke regel verschilt per land en kan bijvoorbeeld voorrang van rechts, voorrang van links of een andere standaardvoorrangsregel zijn. Bestuurders moeten een ongeregeld kruispunt voorzichtig naderen, verkeer uit alle richtingen observeren en er nooit van uitgaan dat een bredere of drukkere weg automatisch voorrang heeft.

Ongeregeld kruispunt

22. Kentekenplaat

Een kentekenplaat, ook registratieplaat of nummerplaat genoemd, is een plaat met een unieke registratiecode die door de bevoegde registratieautoriteit aan een voertuig is toegewezen. Ze maakt identificatie van het voertuig mogelijk voor onder meer registratie, verkeershandhaving, belastingen, verzekering en parkeercontrole.

Uiterlijk, formaat, plaatsing en het vereiste aantal platen verschillen per land en voertuigcategorie. Bestuurders moeten ervoor zorgen dat verplichte kentekenplaten correct bevestigd, duidelijk zichtbaar en leesbaar zijn en de lokale regels volgen wanneer een plaat verloren, gestolen, beschadigd of vervangen is.

Kentekenplaat

23. Bus

Een bus is een motorvoertuig dat is ontworpen voor het vervoer van meerdere passagiers, meestal als onderdeel van openbaar vervoer, schoolvervoer, privévervoer of een andere passagiersdienst. Bussen hebben doorgaans meer passagierscapaciteit dan auto's en kunnen zijn ontworpen voor zittende passagiers, staande passagiers of beide.

Voor bussen kunnen bijzondere regels gelden voor rijbewijs, passagierscapaciteit, snelheidslimieten, veiligheidsgordels, busstroken, haltes en het in- en uitstappen van passagiers. De juridische indeling van bussen en touringcars en de toepasselijke regels verschillen per land; bestuurders en passagiers moeten daarom de lokale verkeersvoorschriften volgen.

Bus

24. Politie

De politie is een overheidsdienst die wetten handhaaft, de openbare veiligheid bewaakt en situaties beheert die het wegverkeer kunnen beïnvloeden. In het verkeer kunnen politieagenten voertuigen controleren, verkeersregels handhaven, ongevallen onderzoeken, verkeer regelen en op noodsituaties reageren.

Weggebruikers moeten wettige aanwijzingen van politieagenten of andere bevoegde verkeersregelaars opvolgen. Afhankelijk van de lokale wetgeving kunnen politieaanwijzingen tijdelijk voorrang hebben op verkeerslichten, verkeersborden of de normale verkeersregeling.

25. Ambulance

Een ambulance is een voertuig dat is uitgerust en wordt gebruikt om spoedeisende medische hulp te verlenen of patiënten te vervoeren naar of tussen zorginstellingen. Ambulances kunnen medische apparatuur en opgeleid personeel meenemen dat tijdens het vervoer behandeling kan geven.

Tijdens een spoedrit kan een ambulance waarschuwingslichten en een sirene gebruiken en bijzondere voorrang of uitzonderingen op bepaalde verkeersregels krijgen. Andere weggebruikers moeten de lokale regels voor hulpdiensten volgen, voldoende ruimte maken en de doorgang niet hinderen.

Ambulance