1. België

België is een klein land in West-Europa, begrensd door Frankrijk, Luxemburg, Duitsland en Nederland. Het verkeer rijdt rechts. Bestuurders moeten er vooral rekening mee houden dat sommige verkeersregels verschillen tussen Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Algemene snelheidslimieten en regels voor lage-emissiezones zijn voorbeelden van voorschriften die per gewest kunnen verschillen. Fietsers, voetgangers, trams en ander openbaar vervoer vormen een belangrijk onderdeel van het dagelijkse verkeer.

België heeft drie officiële talen: Nederlands, Frans en Duits. Verkeersborden met plaatsnamen of andere tekst gebruiken doorgaans de taal van het gebied, terwijl borden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zowel Nederlands als Frans kunnen bevatten. Dit kan voor buitenlandse bestuurders belangrijk zijn, omdat sommige Belgische steden in verschillende talen verschillende namen hebben.

AI-generated by Rijbewijs-online.be • WCIT • CC BY-SA
Welk nummer kunt u in België bellen bij een noodgeval?

Bel 112 voor dringende medische hulp of brandweerhulp, of 101 voor dringende politiehulp.

🔗 112.be • Belgische hulpdiensten, bellen naar 112 en 101, oproepen naar 112 en 101

Welke alcohollimieten gelden voor bestuurders in België?

Algemene regel: Voor de meeste bestuurders is een alcoholwaarde strafbaar vanaf 0,5 g/l in het bloed of 0,22 mg/l uitgeademde lucht; dit zijn drempelwaarden en geen toegestane streefwaarden. Voor de in artikel 34 genoemde categorieën beroepsbestuurders gelden lagere drempels van 0,2 g/l in het bloed of 0,09 mg/l in de adem.

🔗 wegcode.be • Belgische Wegverkeerswet, artikel 34, alcohollimieten

Welke snelheidslimieten gelden voor personenauto's in België?

Binnen de bebouwde kom: De algemene limiet bedraagt 50 km/h in Vlaanderen en Wallonië en 30 km/h in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, tenzij borden een andere limiet aangeven.

Buiten de bebouwde kom: Voor auto's bedraagt de algemene limiet op gewone wegen 70 km/h in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 90 km/h in Wallonië, tenzij een andere limiet geldt of borden anders aangeven.

Autosnelwegen: Voor auto's bedraagt de algemene maximumsnelheid 120 km/h, tenzij een lagere limiet is aangegeven.

Minimumsnelheid op autosnelwegen: Volgens de huidige verkeersregels moeten bestuurders normaal minstens 70 km/h rijden, tenzij een lagere snelheid vereist is door een verkeersbord of door de verkeers- en veiligheidsomstandigheden.

Woonerven en erven: De maximumsnelheid bedraagt 20 km/h. Voetgangers mogen de volledige openbare weg gebruiken en bestuurders mogen hen niet in gevaar brengen of hinderen.

Schoolomgevingen: Waar een schoolomgeving als Zone 30 is aangeduid, bedraagt de maximumsnelheid 30 km/h.

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode, artikelen 10–11, 21, 22bis en 22ter, snelheidslimieten

Welke regels voor veiligheidsgordels en kinderbeveiliging gelden in België?

Veiligheidsgordels: Gordels zijn verplicht voor bestuurders en passagiers op zitplaatsen die ermee zijn uitgerust, behoudens specifieke wettelijke vrijstellingen.

Kinderen: Kinderen jonger dan 18 jaar en kleiner dan 135 cm moeten normaal in een geschikt kinderbeveiligingssysteem worden vervoerd. In bepaalde voertuigen en omstandigheden gelden specifieke uitzonderingen.

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode, artikel 35, veiligheidsgordels en kinderbeveiligingssystemen

Mag u tijdens het rijden een mobiele telefoon gebruiken in België?

Een bestuurder mag een mobiel elektronisch apparaat met een scherm niet gebruiken, vasthouden of bedienen, tenzij het in een geschikte houder aan het voertuig is bevestigd. De wettelijke uitzondering voor een voertuig dat stilstaat of geparkeerd is, geldt niet voor wachten aan een rood licht of in een file. Een houder heft de plicht om veilig te rijden niet op.

🔗 wegcode.be • België, huidige Wegcode, artikelen 2, 8.4, 9.8, 11, 12.3.1, 12bis, 22bis en 35–36 voor zover van toepassing

🔗 politie.be • Belgische lokale politie Kouter, apparaten met een scherm en stilstaan aan rode lichten of in files

🔗 politie.be • Belgische lokale politie Deinze–Zulte–Lievegem, telefoongebruik en wettelijke uitzondering voor stilstaan en parkeren

Wanneer moet u voorrang verlenen aan verkeer van rechts?

Op een kruispunt waar de voorrang niet anders is geregeld, moeten bestuurders in het algemeen voorrang verlenen aan een bestuurder die van rechts komt. Belangrijke uitzonderingen zijn onder meer rotondes en verkeer dat uit een verboden rijrichting komt.

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode, artikelen 12–14, voorrang

Hoe moeten bestuurders invoegen wanneer een rijstrook eindigt?

Bij zeer traag verkeer moeten bestuurders op een rijstrook die eindigt of geblokkeerd is tot vlak bij de versmalling blijven doorrijden voordat zij invoegen. Bestuurders op de doorgaande rijstrook moeten vervolgens voertuigen beurtelings laten invoegen.

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode, artikel 12bis, ritsen

Wanneer moeten bestuurders een reddingsstrook vormen?

Wanneer file ontstaat op een weg met minstens twee rijstroken in dezelfde richting, moeten bestuurders een reddingsstrook vormen. Verkeer op de linkerrijstrook gaat zo ver mogelijk naar links, terwijl verkeer op de andere rijstrook of rijstroken naar rechts gaat.

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode, artikel 9.8, reddingsstrook

Welke uitrusting moet u in een auto in België meenemen?

Een gewone auto met Belgische inschrijving moet een goedgekeurde gevarendriehoek, brandblusser, EHBO-kit en reflecterend veiligheidsvest aan boord hebben. Houd het vest binnen handbereik en draag het wanneer de pechregels dat vereisen, met name op autosnelwegen en autowegen. Voor voertuigen met een buitenlandse inschrijving kunnen andere voorschriften gelden.

🔗 wegcode.be • Belgisch technisch reglement voor voertuigen, artikel 70, uitrusting van in België ingeschreven auto's; 🔗 vlaanderen.be • Vlaamse overheid, voertuigdocumenten en uitrusting, verplichte voertuiguitrusting; 🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode, artikel 51.4, veiligheidsvest bij pech

Wat moeten bestuurders controleren voordat zij in België een lage-emissiezone binnenrijden?

Toepassingsgebied: Er zijn lage-emissiezones in Brussel, Antwerpen en Gent. De toegang hangt af van het voertuig en de plaatselijke regels. Voertuigen met een buitenlandse inschrijving moeten mogelijk vóór het binnenrijden worden geregistreerd.

🔗 vmm.vlaanderen.be • Vlaamse Milieumaatschappij, lage-emissiezones, huidige toegangsregels; 🔗 brussel.be • Stad Brussel, lage-emissiezone, Brusselse LEZ

Mag een bezoeker in België een rijbewijs uit een ander EU-land gebruiken?

Ja. Een geldig, definitief EU-rijbewijs wordt erkend voor de voertuigcategorieën waarvoor het geldt. U moet aan de toepasselijke minimumleeftijd voldoen. Een voorlopig rijbewijs of tijdelijk vervangingsattest geniet niet dezelfde automatische erkenning.

🔗 europa.eu • Uw Europa, geldigheid van rijbewijs en verzekering

Zijn motorhelmen verplicht in België?

Ja. Op een gewone, open motorfiets moeten zowel de bestuurder als de passagier een beschermende helm dragen. Gebruik een helm die aan de toepasselijke goedkeuringsvoorschriften voldoet en maak hem correct vast. Controleer de specifieke regels voordat u zich beroept op een vrijstelling voor een gesloten of speciaal uitgerust voertuig.

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode

2. Autosnelweg

Een autosnelweg is een weg die speciaal is ontworpen en aangeduid voor motorverkeer. Autosnelwegen hebben normaal gescheiden rijbanen voor verkeer in tegengestelde richtingen, gecontroleerde toegang via aangewezen op- en afritten, geen rechtstreekse toegang tot aangrenzende eigendommen en geen gelijkvloerse kruisingen met andere wegen, spoorwegen of paden.

Op autosnelwegen gelden bijzondere verkeersregels. De toegelaten weggebruikers, snelheidslimieten, rijstrookregels, tolheffing en noodprocedures verschillen per land, zodat bestuurders de lokale verkeersborden en regels moeten volgen.

Autosnelweg
Hoe herkent u een autosnelweg in België?

Een autosnelweg begint bij het autosnelwegbord met twee rijbanen en een brug. De bijzondere verkeersregels gelden tot het overeenkomstige einde-autosnelwegbord.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.3, 9.8, 10, 11, 21, 51 en 71 (F5/F7)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.3, 9.8, 10, 11, 21, 51 en 71 (F5/F7)

Wat is de snelheidslimiet op Belgische autosnelwegen?

De algemene maximumsnelheid is 120 km/h, tenzij verkeersborden een lagere limiet opleggen. Voertuigen en combinaties met een maximaal toegelaten massa van meer dan 3,5 ton en autobussen zijn doorgaans beperkt tot 90 km/h. Autocars die aan de toepasselijke gordel- en snelheidsbegrenzervoorwaarden voldoen, mogen tot 100 km/h rijden.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.3, 9.8, 10, 11, 21, 51 en 71 (F5/F7)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.3, 9.8, 10, 11, 21, 51 en 71 (F5/F7)

Geldt er een minimumsnelheid op Belgische autosnelwegen?

Bestuurders moeten normaal minstens 70 km/h rijden, tenzij een lagere snelheid is opgelegd of verkeer, weer, zicht, wegomstandigheden of een andere veiligheidsreden vertragen vereist. Voertuigen en combinaties die op een vlakke weg geen 70 km/h kunnen bereiken, mogen de autosnelweg niet op.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.3, 9.8, 10, 11, 21, 51 en 71 (F5/F7)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.3, 9.8, 10, 11, 21, 51 en 71 (F5/F7)

Wie mag een Belgische autosnelweg niet gebruiken?

Belgische autosnelwegen zijn verboden voor voetgangers, fietsers, bromfietsers, ruiters of geleiders van dieren, landbouwvoertuigen, gemotoriseerde vierwielers zonder passagiersruimte en bepaalde andere trage of uitgesloten voertuigen. Voertuigen en combinaties die op een vlakke weg geen 70 km/h kunnen bereiken, zijn eveneens verboden.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.3, 9.8, 10, 11, 21, 51 en 71 (F5/F7)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.3, 9.8, 10, 11, 21, 51 en 71 (F5/F7)

Hoe vormt u een reddingsstrook in België?

Vorm bij filevorming op een rijbaan met twee of meer gemarkeerde rijstroken een reddingsstrook tussen de meest linkse rijstrook en de rijstrook onmiddellijk rechts daarvan. Bestuurders op de meest linkse rijstrook gaan zo ver mogelijk naar links; bestuurders op de andere rijstroken gaan naar rechts.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.3, 9.8, 10, 11, 21, 51 en 71 (F5/F7)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.3, 9.8, 10, 11, 21, 51 en 71 (F5/F7)

Wat moet u doen bij pech op een Belgische autosnelweg?

Breng het voertuig buiten de rijstroken als dat veilig kan en neem de nodige maatregelen om andere weggebruikers te beschermen. Als het voertuig niet kan worden verplaatst en stilstaat waar stoppen of parkeren verboden is, plaatst u de gevarendriehoek minstens 100 meter achter het voertuig. De bestuurder moet een retroreflecterend veiligheidsvest dragen bij het verlaten van een voertuig met pech dat op zo'n plaats stilstaat.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.3, 9.8, 10, 11, 21, 51 en 71 (F5/F7)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.3, 9.8, 10, 11, 21, 51 en 71 (F5/F7)

Hoe noemt men een autosnelweg in België?

De officiële Nederlandse term is autosnelweg. De Franse term is autoroute. Deze termen duiden de wegcategorie aan die met begin- en einde-autosnelwegborden wordt aangegeven.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.3, 9.8, 10, 11, 21, 51 en 71 (F5/F7)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.3, 9.8, 10, 11, 21, 51 en 71 (F5/F7)

3. Autoweg

Een autoweg is een weg die bedoeld is om doorgaand verkeer efficiënt te verwerken, doorgaans met hogere snelheden dan op gewone wegen. Autowegen hebben vaak beperkte toegang, meerdere rijstroken, gescheiden rijbanen of ongelijkvloerse kruispunten, maar hun ontwerp en juridische status verschillen per land.

Een autoweg is niet altijd een autosnelweg. Er kunnen kruispunten, verkeerslichten of rechtstreekse toegangen voorkomen, en de toegelaten weggebruikers, snelheidslimieten en bijzondere regels hangen af van de lokale verkeersborden en voorschriften.

Hoe herkent u een autoweg in België?

Een Belgische autoweg begint bij het autowegbord met een autosymbool. De bijzondere regels blijven gelden tot het overeenkomstige einde-autowegbord.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.4, 10–12, 21.4, 21.6, 22 en 71 (F9/F11)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.4, 10–12, 21.4, 21.6, 22 en 71 (F9/F11)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

Wat is het verschil tussen een autoweg en een autosnelweg in België?

Een autosnelweg wordt aangeduid met autosnelwegborden; een autoweg / route pour automobiles met borden met een autosymbool. Het verkeersreglement past bepaalde autosnelwegregels toe op een autoweg, niet het volledige autosnelwegstelsel. Volg bij een autowegtoegang of kruispunt de verkeersborden en gewone voorrangsregels.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.4, 10–12, 21.4, 21.6, 22 en 71 (F9/F11)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.4, 10–12, 21.4, 21.6, 22 en 71 (F9/F11)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

Wie mag een Belgische autoweg gebruiken?

Alleen motorvoertuigen en hun aanhangwagens mogen een Belgische autoweg gebruiken. Bromfietsen, landbouwvoertuigen, kermisvoertuigslepen en gemotoriseerde vierwielers zonder passagiersruimte zijn verboden. Voetgangers, fietsers en dieren mogen de autoweg zelf niet gebruiken.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.4, 10–12, 21.4, 21.6, 22 en 71 (F9/F11)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.4, 10–12, 21.4, 21.6, 22 en 71 (F9/F11)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

Wat is de snelheidslimiet op een Belgische autoweg?

Het autowegbeginbord legt niet één vaste snelheidslimiet op. Binnen de bebouwde kom is de algemene limiet normaal 30 km/h in Brussel en 50 km/h in Vlaanderen en Wallonië, tenzij borden anders aangeven. Buiten de bebouwde kom kan een fysiek gescheiden weg met minstens twee rijstroken per richting tot 120 km/h toestaan. Op andere wegen is de algemene limiet normaal 70 km/h in Brussel en Vlaanderen en 90 km/h in Wallonië, al kunnen verkeersborden en voertuigspecifieke limieten een andere snelheid opleggen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.4, 10–12, 21.4, 21.6, 22 en 71 (F9/F11)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.4, 10–12, 21.4, 21.6, 22 en 71 (F9/F11)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

Moeten bestuurders bij het oprijden van een Belgische autoweg automatisch voorrang verlenen?

Er is geen bijzondere voorrangsregel uitsluitend omdat een weg een autoweg is. Bestuurders moeten de verkeersborden, wegmarkeringen en normale voorrangsregels bij de toegang of het kruispunt volgen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.4, 10–12, 21.4, 21.6, 22 en 71 (F9/F11)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.4, 10–12, 21.4, 21.6, 22 en 71 (F9/F11)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

Mag u stoppen of parkeren op een Belgische autoweg?

Vrijwillig stoppen en parkeren zijn verboden, behalve op parkeerstroken aangegeven met verkeersbord E9a. Een onvermijdelijke stop door file, pech of een andere noodsituatie moet volgens de toepasselijke veiligheidsprocedures worden afgehandeld.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.4, 10–12, 21.4, 21.6, 22 en 71 (F9/F11)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.4, 10–12, 21.4, 21.6, 22 en 71 (F9/F11)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

Hoe noemt men een autoweg in België?

De officiële Nederlandse term is autoweg. De Franse term is route pour automobiles. Deze categorie wordt aangeduid met het autowegbord met een autosymbool en is wettelijk onderscheiden van een autosnelweg.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.4, 10–12, 21.4, 21.6, 22 en 71 (F9/F11)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.4, 10–12, 21.4, 21.6, 22 en 71 (F9/F11)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

4. Woongebied

Een woongebied is een straat of groep straten waar wonen en toegang tot lokale eigendommen de belangrijkste functies zijn. Bestuurders moeten rekening houden met voetgangers, fietsers, kinderen, geparkeerde voertuigen en voertuigen die opritten in- of uitrijden.

Sommige landen duiden bepaalde woongebieden met verkeersborden aan en passen bijzondere lage-snelheids- of gedeelde-ruimteregels toe. De snelheidslimiet, rechten van voetgangers, parkeerregels en toegelaten weggebruikers hangen daarom af van lokale verkeersborden en voorschriften.

Hoe herkent u een woonerf of erf in België?

Een wettelijk aangeduid Belgisch woonerf of erf begint bij het bord met een voetganger, een spelend kind, een auto en een huis. De bijzondere regels gelden in het hele gebied tot het overeenkomstige eindbord.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.32, 12, 22bis en 71 (F12a/F12b)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.32, 12, 22bis en 71 (F12a/F12b)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

Wat is de snelheidslimiet in een Belgisch woonerf of erf?

De maximumsnelheid is 20 km/h. Bestuurders moeten nog langzamer rijden wanneer dat nodig is om voetgangers niet in gevaar te brengen of te hinderen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.32, 12, 22bis en 71 (F12a/F12b)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.32, 12, 22bis en 71 (F12a/F12b)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

Moeten bestuurders voorrang verlenen aan voetgangers?

Bestuurders mogen voetgangers niet in gevaar brengen of hinderen en moeten zo nodig stoppen. Voetgangers mogen de hele weg gebruiken, maar mogen het voertuigenverkeer niet zonder reden belemmeren.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.32, 12, 22bis en 71 (F12a/F12b)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.32, 12, 22bis en 71 (F12a/F12b)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

Hoe noemt men een woonerf of erf in België?

In het Nederlands, gebruikt in Vlaanderen, zijn de officiële termen woonerf en erf. In het Frans, gebruikt in Wallonië, zijn de overeenkomstige termen zone résidentielle en zone de rencontre. Brussel gebruikt zowel Nederlands als Frans.

Een woonerf / zone résidentielle dient hoofdzakelijk voor bewoning. Een erf / zone de rencontre kan ook activiteiten zoals handel, toerisme, onderwijs en recreatie omvatten. Beide worden aangeduid met de woonerfborden en hebben een maximumsnelheid van 20 km/h.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.32, 12, 22bis en 71 (F12a/F12b)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.32, 12, 22bis en 71 (F12a/F12b)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

5. Bebouwde kom

Een bebouwde kom is een gebied met geconcentreerde bebouwing, straten en regelmatige lokale activiteit. Bestuurders moeten er rekening houden met meer voetgangers, fietsers, kruispunten, geparkeerde voertuigen, openbaar vervoer en voertuigen die eigendommen in- of uitrijden.

Veel landen passen binnen de bebouwde kom bijzondere verkeersregels en lagere algemene snelheidslimieten toe. Het gebied kan worden aangeduid met begin- en eindborden, straatverlichting of andere wettelijke criteria, zodat bestuurders de lokale borden en regels moeten volgen.

Hoe herkent u een bebouwde kom in België?

Een bebouwde kom begint bij een bebouwde-kombord met een gebouwensymbool, dat ook de plaatsnaam kan vermelden. De kom eindigt bij het overeenkomstige eindbord. Daarna gelden de regels buiten de bebouwde kom, tenzij een ander bord anders aangeeft.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.12, 11, 22bis, 39, 40ter, 51 en 71 (F1/F3)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.12, 11, 22bis, 39, 40ter, 51 en 71 (F1/F3)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

Wat is de snelheidslimiet in een Belgische bebouwde kom?

De algemene maximumsnelheid is 30 km/h in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 50 km/h in het Vlaamse en Waalse Gewest. Een verkeersbord kan een andere snelheid opleggen of toestaan; lagere voertuigspecifieke limieten kunnen blijven gelden.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.12, 11, 22bis, 39, 40ter, 51 en 71 (F1/F3)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.12, 11, 22bis, 39, 40ter, 51 en 71 (F1/F3)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

Geldt op elke weg in Brussel een maximum van 30 km/h?

Nee. De algemene limiet binnen de Brusselse bebouwde kom is 30 km/h, maar verkeersbord C43 kan op een bepaalde weg een lagere of hogere limiet aangeven.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.12, 11, 22bis, 39, 40ter, 51 en 71 (F1/F3)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.12, 11, 22bis, 39, 40ter, 51 en 71 (F1/F3)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

Moet u een bus zijn halte laten verlaten?

Ja. Binnen de bebouwde kom moet een bestuurder die in dezelfde richting rijdt een autobus of trolleybus zijn halte laten verlaten wanneer de bestuurder zijn voornemen om te vertrekken aangeeft. U moet vertragen en zo nodig stoppen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.12, 11, 22bis, 39, 40ter, 51 en 71 (F1/F3)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.12, 11, 22bis, 39, 40ter, 51 en 71 (F1/F3)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

Hoeveel afstand moet u laten bij het voorbijrijden van een fietser?

Binnen de bebouwde kom moet een auto- of motorfietsbestuurder minstens één meter afstand laten tussen het voertuig en een fietser of bestuurder van een tweewielige bromfiets. Buiten de bebouwde kom is de minimumafstand 1,5 meter.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.12, 11, 22bis, 39, 40ter, 51 en 71 (F1/F3)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.12, 11, 22bis, 39, 40ter, 51 en 71 (F1/F3)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

Waar moet u binnen de bebouwde kom een gevarendriehoek plaatsen?

De gevarendriehoek wordt op een gewone weg normaal minstens 30 meter achter het voertuig geplaatst. Kan die afstand binnen de bebouwde kom niet worden aangehouden, dan mag hij dichter bij het voertuig of zo nodig op het voertuig worden geplaatst.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.12, 11, 22bis, 39, 40ter, 51 en 71 (F1/F3)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.12, 11, 22bis, 39, 40ter, 51 en 71 (F1/F3)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

Hoe noemt men een bebouwde kom in België?

De officiële Nederlandse term is bebouwde kom. De Franse term is agglomération. In het verkeersrecht bepalen de begin- en eindborden de grenzen van de bebouwde kom.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.12, 11, 22bis, 39, 40ter, 51 en 71 (F1/F3)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.12, 11, 22bis, 39, 40ter, 51 en 71 (F1/F3)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

6. Zone

Een verkeerszone is een gebied waarin een verkeersregel geldt op alle wegen of weggedeelten die tot de zone behoren. De regel begint normaal bij een zonebord aan de ingang en blijft gelden totdat het bijbehorende eindezonebord wordt voorbijgereden.

Zones kunnen snelheid, parkeren, toegang, voertuigcategorieën, emissies of ander verkeersgedrag regelen. Welke borden worden gebruikt, welke wegen onder de zone vallen en welke gevolgen kruispunten of lokale uitzonderingen hebben, hangt af van de lokale verkeerswetgeving.

Hoe herkent u een verkeerszone in België?

Een Belgische verkeerszone wordt normaal aangegeven met een rechthoekig zonebord met het toepasselijke verbod, de snelheidsbeperking of parkeerregel. Een Zone 30 begint bijvoorbeeld bij verkeersbord F4a en eindigt bij verkeersbord F4b. Andere zonale regelingen gebruiken het betreffende verbodsbord uit de C-reeks of parkeer- en stilstaanbord uit de E-reeks op een zonepaneel. Het overeenkomstige einde-zonebord geeft aan waar de zonale regeling eindigt.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 22quater, 65.5 en 71 (F4a/F4b)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 22quater, 65.5 en 71 (F4a/F4b)

🔗 securotheque.wallonie.be • SPW Sécurothèque — C43 en zonale geldigheid

Welke Belgische verkeersborden kunnen zonale geldigheid hebben?

Bepaalde verbodsborden en borden betreffende het parkeren kunnen zonale geldigheid krijgen. Niet elk Belgisch verkeersbord mag als zonebord worden gebruikt.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 22quater, 65.5 en 71 (F4a/F4b)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 22quater, 65.5 en 71 (F4a/F4b)

🔗 securotheque.wallonie.be • SPW Sécurothèque — C43 en zonale geldigheid

Waar geldt een Belgische zonale regel?

De regeling geldt in het hele gebied dat door de zoneborden wordt begrensd. Ze kan dus meerdere wegen, weggedeelten en kruispunten omvatten.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 22quater, 65.5 en 71 (F4a/F4b)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 22quater, 65.5 en 71 (F4a/F4b)

🔗 securotheque.wallonie.be • SPW Sécurothèque — C43 en zonale geldigheid

Eindigt een Belgische verkeerszone bij een kruispunt?

Nee. Een kruispunt passeren beëindigt normaal geen zonale regeling. De regel blijft gelden tot het overeenkomstige einde-zonebord of een andere wettelijk toepasselijke wijziging wordt bereikt.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 22quater, 65.5 en 71 (F4a/F4b)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 22quater, 65.5 en 71 (F4a/F4b)

🔗 securotheque.wallonie.be • SPW Sécurothèque — C43 en zonale geldigheid

Wat is een Belgische snelheidszone?

Een snelheidszone is een gebied waar de maximumsnelheid op een zonaal C43-bord geldt vanaf het begin van de zone tot het einde ervan.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 22quater, 65.5 en 71 (F4a/F4b)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 22quater, 65.5 en 71 (F4a/F4b)

🔗 securotheque.wallonie.be • SPW Sécurothèque — C43 en zonale geldigheid

7. Snelheidslimiet

Een snelheidslimiet is de hoogste wettelijk toegestane snelheid op een weg, rijstrook of binnen een afgebakend gebied. Ze kan worden vastgesteld door algemene verkeersregels of worden aangegeven met vaste, variabele of tijdelijke verkeersborden.

Een snelheidslimiet is een maximum, geen streefsnelheid. Bestuurders moeten langzamer rijden wanneer verkeer, zicht, weer, wegomstandigheden, kwetsbare weggebruikers of de toestand van het voertuig de maximaal toegestane snelheid onveilig maken.

Hoe wordt een snelheidslimiet aangegeven in België?

Een plaatselijke maximumsnelheid wordt normaal aangegeven met verkeersbord C43, een rond bord met de toegestane snelheid. Het is verboden sneller te rijden dan het getoonde getal. Het einde van een door C43 opgelegde snelheidsbeperking kan worden aangegeven met verkeersbord C45.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 11, 22bis, 65.5 en 68.3 (C43/C45)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 11, 22bis, 65.5 en 68.3 (C43/C45)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

🔗 securotheque.wallonie.be • SPW Sécurothèque — C43 en zonale geldigheid

Wat zijn de algemene Belgische snelheidslimieten?

Bebouwde kom: De algemene limiet is 30 km/h in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 50 km/h in het Vlaamse en Waalse Gewest. Verkeersborden of bijzondere wegregels kunnen een andere snelheid opleggen of toestaan.

Vlaanderen, buiten de bebouwde kom: Voor auto's en andere voertuigen met een maximaal toegelaten massa van hoogstens 3,5 ton is de algemene limiet op gewone wegen 70 km/h. Een C43-bord kan een andere limiet opleggen of toestaan. Fysiek gescheiden wegen met minstens twee rijstroken per richting kunnen tot 120 km/h toestaan.

Wallonië, buiten de bebouwde kom: Voor auto's en andere voertuigen met een maximaal toegelaten massa van hoogstens 3,5 ton is de algemene limiet op gewone wegen 90 km/h. Op een weg met een middenrijbaan geldt 70 km/h. Verkeersborden en voertuigspecifieke regels kunnen een lagere limiet opleggen.

Brussel, buiten de bebouwde kom: Op gewone wegen buiten de bebouwde kom is de algemene maximumsnelheid 70 km/h. Fysiek gescheiden wegen met minstens twee rijstroken per richting kunnen wettelijk tot 120 km/h toestaan, al worden veel lagere limieten aangegeven.

Autosnelwegen: Het algemene maximum voor voertuigen en combinaties met een maximaal toegelaten massa van hoogstens 3,5 ton is 120 km/h. Lagere aangegeven, variabele of voertuigspecifieke limieten gaan voor.

Voertuigspecifieke limieten: Ja. Er gelden voertuigspecifieke limieten voor autobussen, autocars, zware voertuigen en bepaalde andere voertuigen. Zo zijn voertuigen en combinaties boven 3,5 ton en autobussen op autosnelwegen doorgaans beperkt tot 90 km/h.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 11, 22bis, 65.5 en 68.3 (C43/C45)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 11, 22bis, 65.5 en 68.3 (C43/C45)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

🔗 securotheque.wallonie.be • SPW Sécurothèque — C43 en zonale geldigheid

Welke limiet geldt wanneer meerdere snelheidsregels van toepassing zijn?

Bepaal eerst de wettelijk toepasselijke snelheidslimiet voor de weg en het voertuig. Een C43-bord kan een hogere snelheid toestaan dan de gewone regionale standaard, bijvoorbeeld 90 km/h op een Vlaamse weg buiten de bebouwde kom waar anders 70 km/h zou gelden. Een lagere voertuigspecifieke limiet of andere toepasselijke bijzondere beperking moet echter nog steeds worden nageleefd.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 11, 22bis, 65.5 en 68.3 (C43/C45)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 11, 22bis, 65.5 en 68.3 (C43/C45)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

🔗 securotheque.wallonie.be • SPW Sécurothèque — C43 en zonale geldigheid

Wanneer eindigt een snelheidsbeperking door een gewoon bord in België?

Een gewoon snelheidsbord geldt tot en met het volgende kruispunt, tenzij het eerder eindigt bij een ander snelheidsbord, een zonaal snelheidsbord, een bord voor het begin of einde van een bebouwde kom, woonerf of erf of voetgangerszone, of een einde-snelheidsbeperkingsbord.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 11, 22bis, 65.5 en 68.3 (C43/C45)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 11, 22bis, 65.5 en 68.3 (C43/C45)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

🔗 securotheque.wallonie.be • SPW Sécurothèque — C43 en zonale geldigheid

Eindigt een Belgische snelheidszone bij een kruispunt?

Nee. Een zonale snelheidslimiet blijft over kruispunten heen gelden tot het overeenkomstige einde-zonebord wordt gepasseerd.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 11, 22bis, 65.5 en 68.3 (C43/C45)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 11, 22bis, 65.5 en 68.3 (C43/C45)

🔗 be.brussels • Brussel Mobiliteit — Stad 30 en snelheden in woonerven

🔗 securotheque.wallonie.be • SPW Sécurothèque — C43 en zonale geldigheid

8. Fietspad

Een fietspad is een deel van een weg of een afzonderlijke route die hoofdzakelijk of uitsluitend bedoeld is voor mensen die fietsen. Het kan fysiek van het motorverkeer zijn gescheiden, op het wegdek zijn gemarkeerd of met verkeersborden zijn aangeduid.

Fietspaden kunnen eenrichtings- of tweerichtingsverkeer hebben of met andere weggebruikers worden gedeeld. De toegelaten gebruikers, rijrichting, voorrangsregels en verplichting om het pad te gebruiken hangen af van de lokale verkeersborden en regelgeving.

Wat wordt in België wettelijk als fietspad beschouwd?

Een Belgisch fietspad is een deel van de openbare weg dat door de voorgeschreven fietspadborden of wegmarkeringen is voorbehouden aan fietsen en tweewielige bromfietsen van klasse A. Het maakt geen deel uit van de rijbaan.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.7, 9.1.2, 12.4bis, 69.4 en 74

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.7, 9.1.2, 12.4bis, 69.4 en 74

Moeten fietsers een gemarkeerd fietspad rechts gebruiken?

Ja. Fietsers en bestuurders van bromfietsen klasse A moeten een bruikbaar fietspad met twee evenwijdige onderbroken witte lijnen gebruiken wanneer dat rechts in hun rijrichting ligt.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.7, 9.1.2, 12.4bis, 69.4 en 74

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.7, 9.1.2, 12.4bis, 69.4 en 74

Mogen fietsers een gemarkeerd fietspad links gebruiken?

Nee. Een fietspad dat uitsluitend met twee evenwijdige onderbroken witte lijnen is aangeduid, mag niet worden gebruikt wanneer het links in de rijrichting van de fietser ligt.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.7, 9.1.2, 12.4bis, 69.4 en 74

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.7, 9.1.2, 12.4bis, 69.4 en 74

Mogen speedpedelecs Belgische fietspaden gebruiken?

Bij een snelheidslimiet van 50 km/h of lager mogen speedpedelecbestuurders D7-, D9- en gemarkeerde fietspaden gebruiken als ze andere gebruikers niet in gevaar brengen. Bij een hogere limiet moeten ze een beschikbaar en bruikbaar pad van die typen gebruiken. Onderborden kunnen een andere regel opleggen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.7, 9.1.2, 12.4bis, 69.4 en 74

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.7, 9.1.2, 12.4bis, 69.4 en 74

Mogen motorvoertuigen een Belgisch fietspad kruisen?

Ja, waar nodig en toegestaan, bijvoorbeeld om een eigendom op te rijden of een andere weg in te slaan. Een bestuurder die een trottoir of fietspad kruist, moet voorrang verlenen aan de weggebruikers die het rechtmatig gebruiken.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.7, 9.1.2, 12.4bis, 69.4 en 74

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.7, 9.1.2, 12.4bis, 69.4 en 74

Hoe noemt men een fietspad in België?

De officiële Nederlandse term is fietspad. De Franse term is piste cyclable. Een wettelijk aangeduid fietspad is gescheiden van de rijbaan, ook wanneer het ernaast loopt.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.7, 9.1.2, 12.4bis, 69.4 en 74

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.7, 9.1.2, 12.4bis, 69.4 en 74

9. Fietsstraat

Een fietsstraat is een straat die zo is ingericht of wettelijk is aangeduid dat fietsers een prominente plaats innemen in gemengd verkeer. Motorvoertuigen mogen er doorgaans rijden, maar moeten hun snelheid en rijgedrag aanpassen aan de aanwezigheid van fietsers.

Afhankelijk van het land mogen fietsers een groter deel van de rijbaan gebruiken en kan het voor motorvoertuigen verboden zijn hen in te halen. De snelheidslimiet, voorrangsregels, toegelaten voertuigen en het begin en einde van de straat worden bepaald door lokale verkeersborden en verkeersregels.

Hoe herkent u een Belgische fietszone?

Een Belgische fietszone begint bij het fietszonebord met een fiets en een auto en eindigt bij het overeenkomstige eindbord. De vermelding die de fietszone benoemt, is facultatief.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.61, 12, 22novies en 71.2 (F111/F113)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.61, 12, 22novies en 71.2 (F111/F113)

Wat is de snelheidslimiet in een Belgische fietszone?

De maximumsnelheid is 30 km/h. Deze limiet geldt voor elke bestuurder, inclusief fietsers en speedpedelecbestuurders.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.61, 12, 22novies en 71.2 (F111/F113)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.61, 12, 22novies en 71.2 (F111/F113)

Mogen motorvoertuigen een Belgische fietszone inrijden?

Ja. Motorvoertuigen zijn toegelaten, tenzij aanvullende verkeersborden de toegang beperken. Hun bestuurders moeten de limiet van 30 km/h respecteren en mogen fietsers niet inhalen, ook geen bestuurders van andere rijwielen en speedpedelecs.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.61, 12, 22novies en 71.2 (F111/F113)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.61, 12, 22novies en 71.2 (F111/F113)

Mag een motorvoertuig inhalen wanneer er geen fietser aanwezig is?

Het bijzondere inhaalverbod beschermt fietsers, ook bestuurders van andere rijwielen en speedpedelecs. Motorvoertuigen mogen voertuigen buiten die beschermde categorieën alleen inhalen waar de gewone inhaalregels dat toestaan en de manoeuvre veilig kan worden uitgevoerd.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.61, 12, 22novies en 71.2 (F111/F113)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.61, 12, 22novies en 71.2 (F111/F113)

Hebben fietsers automatisch voorrang in een fietszone?

Nee. De gewone voorrangsregels blijven gelden. Fietsers moeten verkeerslichten, voorrangs- en stopborden, de voorrang van rechts en oversteekplaatsen voor voetgangers respecteren.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.61, 12, 22novies en 71.2 (F111/F113)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.61, 12, 22novies en 71.2 (F111/F113)

Hoe noemt men een fietszone in België?

De huidige officiële Nederlandse term is fietszone. De Franse term is zone cyclable. De zone wordt aangeduid met begin- en eindborden voor een fietszone; het is niet zomaar elke straat waar fietsers rijden.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.61, 12, 22novies en 71.2 (F111/F113)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.61, 12, 22novies en 71.2 (F111/F113)

10. Voetgangerszone

Een voetgangerszone is een gebied dat uit één of meer straten bestaat en hoofdzakelijk voor voetgangers is voorbehouden. De toegang voor motorvoertuigen is normaal verboden of beperkt tot toegelaten gebruikers, bepaalde doeleinden of specifieke tijdstippen.

Voetgangers mogen doorgaans de volledige breedte van de beschikbare wegruimte gebruiken. De regels voor fietsers, leveringen, openbaar vervoer, voertuigsnelheid, stilstaan en parkeren hangen af van lokale verkeersborden en verkeersregels.

Voetgangerszone
Hoe herkent u een voetgangerszone in België?

Een Belgische voetgangerszone begint bij het beginbord voor een voetgangerszone en eindigt bij het overeenkomstige eindbord. Het beginbord kan ook toegelaten gebruikers, toegangstijden en andere voorwaarden vermelden.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 22sexies en 71.2 (F103/F105)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 22sexies en 71.2 (F103/F105)

Wat verandert voor voetgangerszones onder de nieuwe Belgische Wegcode?

Vanaf 1 juni 2027 gebruikt de nieuwe federale Code R14 en R15 voor het begin en einde van een voetgangerszone. Bestaande F103- en F105-borden behouden volgens de overgangsregels de overeenkomstige betekenis tot 1 januari 2045. De federale regel laat fietsers, bestuurders van andere rijwielen en speedpedelecbestuurders toe, tenzij borden hen verbieden. Zij moeten voetgangers en spelende personen voorrang verlenen en zo nodig stoppen. Controleer de toepasselijke regionale snelheidsregels en eventuele aanvullende toegangsvoorwaarden.

🔗 wegcode.be • Code van de openbare weg, bepalingen van toepassing vanaf 1 juni 2027

🔗 wegcode.be • Vias/Wegcode, overzicht van de federale en regionale overgang naar 2027

Welke voertuigen zijn automatisch toegelaten?

Toegelaten categorieën omvatten voertuigen voor toezicht, controle, onderhoud of reiniging van de zone, bevoegde voorrangsvoertuigen wanneer hun opdracht dit vereist en voertuigen die geregelde openbaarvervoerdiensten uitvoeren.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 22sexies en 71.2 (F103/F105)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 22sexies en 71.2 (F103/F105)

Moeten toegelaten bestuurders voorrang verlenen aan voetgangers?

Toegelaten bestuurders moeten voetgangers vrije doorgang laten, zo nodig stoppen en hen niet in gevaar brengen of hinderen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 22sexies en 71.2 (F103/F105)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 22sexies en 71.2 (F103/F105)

Mag een toegelaten voertuig stoppen om te laden of te lossen?

Toegestaan laden of lossen mag plaatsvinden onder de voorwaarden op het beginbord. Het voertuig mag niet langer blijven dan nodig en mag van de stop geen verboden parkeren maken.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 22sexies en 71.2 (F103/F105)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 22sexies en 71.2 (F103/F105)

Hoe noemt men een voetgangerszone in België?

De officiële Nederlandse term is voetgangerszone. De Franse term is zone piétonne. De zone begint en eindigt bij de overeenkomstige voetgangerszoneborden.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 22sexies en 71.2 (F103/F105)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 22sexies en 71.2 (F103/F105)

11. Verkeersdrempel

Een verkeersdrempel is een verhoogde verkeersremmende inrichting die over de volledige of een deel van de weg is aangebracht om bestuurders hun snelheid te laten verminderen. Ze wordt vaak gebruikt nabij woningen, scholen, oversteekplaatsen, parkeerterreinen en andere plaatsen waar lage voertuigsnelheden belangrijk zijn.

Verkeersdrempels verschillen in vorm, hoogte en juridische status. Bestuurders moeten ze met een lage, gecontroleerde snelheid naderen en alle toepasselijke waarschuwingsborden of snelheidslimieten volgen.

Hoe herkent u een gereglementeerde verhoogde inrichting?

Een verhoogde inrichting kan worden aangekondigd met waarschuwingsbord A14 en ter plaatse worden aangeduid met bord F87. Op een kruispunt kan alleen A14 worden gebruikt om ze aan te kondigen. Ook verhoogde inrichtingen binnen een Zone 30 vallen onder de bijzondere regels.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 17.2(7), 22ter, 24(11), 40.4, 66.4 en 71.2 (A14/F87)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 17.2(7), 22ter, 24(11), 40.4, 66.4 en 71.2 (A14/F87)

Wat verandert voor verhoogde inrichtingen onder de nieuwe Belgische Wegcode?

De nieuwe Belgische Code van de openbare weg treedt op 1 juni 2027 in werking. Anders dan veel andere Belgische verkeersborden behouden de borden voor verhoogde inrichtingen hun bestaande nummers: verkeersbord A14 waarschuwt voor een verhoogde verkeersremmende inrichting, terwijl verkeersbord F87 de verhoogde inrichting zelf aanduidt. De nieuwe Code definieert een verhoogde inrichting als een dwars over de openbare weg aangebrachte aanleg om de verkeerssnelheid te verminderen. Inhalen en stilstaan op de rijbaan zijn op zulke verhoogde inrichtingen verboden.

🔗 wegcode.be • Code van de openbare weg, bepalingen van toepassing vanaf 1 juni 2027

Moet u altijd precies 30 km/h rijden?

Nee. Dertig kilometer per uur is het maximum. Bestuurders moeten langzamer oversteken wanneer de vorm van de inrichting, het voertuig, weer, zicht, voetgangers of andere verkeersomstandigheden dat vereisen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 17.2(7), 22ter, 24(11), 40.4, 66.4 en 71.2 (A14/F87)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 17.2(7), 22ter, 24(11), 40.4, 66.4 en 71.2 (A14/F87)

Wanneer geldt de Belgische regel van 30 km/h?

De regel geldt voor gereglementeerde verhoogde inrichtingen aangekondigd met A14 en F87, inrichtingen op kruispunten aangekondigd met A14 en verhoogde inrichtingen binnen een Zone 30 aangeduid met F4a en F4b.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 17.2(7), 22ter, 24(11), 40.4, 66.4 en 71.2 (A14/F87)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 17.2(7), 22ter, 24(11), 40.4, 66.4 en 71.2 (A14/F87)

Mag u stoppen of parkeren op een Belgische verhoogde inrichting?

Nee. Stilstaan en parkeren op een verhoogde inrichting zijn verboden, tenzij een plaatselijke regeling uitdrukkelijk anders bepaalt.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 17.2(7), 22ter, 24(11), 40.4, 66.4 en 71.2 (A14/F87)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 17.2(7), 22ter, 24(11), 40.4, 66.4 en 71.2 (A14/F87)

12. Douane

De douane is de overheidsdienst die verantwoordelijk is voor de controle van goederen die een land of douanegebied binnenkomen of verlaten. In het wegverkeer is een douanecontrolepost een plaats waar bestuurders verplicht kunnen worden te stoppen zodat beambten het voertuig, de bagage, de lading en relevante documenten kunnen controleren.

Douanecontroles kunnen plaatsvinden aan grenzen, havens, ferryterminals, luchthavens of controlelocaties in het binnenland. Bestuurders moeten alle verkeersborden, rijstrooksignalen, slagbomen en aanwijzingen van douanebeambten opvolgen. Aangifteverplichtingen hangen af van de betrokken landen en van het soort, de waarde, de hoeveelheid en het beoogde gebruik van de vervoerde goederen.

Douane
Welke overheid is bevoegd voor de douane in België?

Douanecontroles worden uitgevoerd door de Belgische Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen, die deel uitmaakt van de Federale Overheidsdienst Financiën.

🔗 finances.belgium.be • Belgische FOD Financiën — Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen

Wat controleert de Belgische douane?

De Belgische douane houdt toezicht op goederen die het douanegebied van de Europese Unie binnenkomen of verlaten, int toepasselijke invoerrechten, accijnzen en invoer-btw en helpt illegale of onveilige handel voorkomen.

🔗 taxation-customs.ec.europa.eu • Europese Commissie — douanecontroles en aangifteverplichtingen

Hoe moet u reageren wanneer een douanebeambte u laat stoppen?

Vertraag veilig, stop op de aangegeven plaats en volg de instructies van de beambte. Toon de gevraagde identiteits-, voertuig-, reis-, goederen- of vervoersdocumenten en rijd pas verder wanneer dat is toegestaan.

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode, artikelen 3–4 — bevoegde douanebeambten en bindende instructies

Wat moet u doen als u niet zeker weet of goederen moeten worden aangegeven?

Gebruik het aangiftekanaal waar dat beschikbaar is of vraag een douanebeambte om advies voordat u het controlegebied verlaat. Aangifte doen of uitleg vragen is veiliger dan aannemen dat een vrijstelling geldt.

🔗 taxation-customs.ec.europa.eu • Europese Commissie — douanecontroles en aangifteverplichtingen

Kan de douane verboden of niet-aangegeven goederen in beslag nemen?

Ja. Goederen kunnen worden vastgehouden of in beslag genomen. Bij niet-naleving van douanevereisten kunnen rechten, belastingen, boetes of andere rechtsgevolgen volgen.

🔗 taxation-customs.ec.europa.eu • Europese Commissie — douanecontroles en aangifteverplichtingen

13. Eenrichtingsverkeer

Eenrichtingsverkeer betekent dat voertuigen op een weg of rijbaan slechts in één aangeduide richting mogen rijden. De toegestane richting wordt normaal aangegeven met verkeersborden, rijstrookpijlen of wegmarkeringen.

Sommige weggebruikers, zoals fietsers of voertuigen van het openbaar vervoer, mogen in de tegenovergestelde richting rijden wanneer verkeersborden dit uitdrukkelijk toestaan. Een eenrichtingsweg bepaalt op zichzelf niet de snelheidslimiet, voorrang of parkeerregels.

Eenrichtingsverkeer
Hoe herkent u een eenrichtingsweg in België?

Verkeersbord F19 duidt een openbare weg met eenrichtingsverkeer aan. Bestuurders mogen alleen in de door de pijl aangegeven richting rijden.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 65.2, 68.3 (C1) en 71.2–71.3 (F19/M17/M18)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 65.2, 68.3 (C1) en 71.2–71.3 (F19/M17/M18)

Wat is in België het verschil tussen een eenrichtingsbord en een bord verboden toegang?

Het eenrichtingsbord is een blauwe rechthoek met een witte pijl die de toegestane richting aangeeft. Het bord verboden toegang is een rode cirkel met een horizontale witte balk en verbiedt toegang vanuit de richting die naar het bord kijkt. Ze staan normaal aan tegenovergestelde uiteinden van dezelfde eenrichtingsweg.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 65.2, 68.3 (C1) en 71.2–71.3 (F19/M17/M18)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 65.2, 68.3 (C1) en 71.2–71.3 (F19/M17/M18)

Moeten bestuurders de richting van een Belgisch eenrichtingsbord volgen?

Ja. Bestuurders mogen niet tegen de aangegeven richting in rijden, tenzij hun voertuigcategorie met een onderbord uitdrukkelijk is uitgezonderd.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 65.2, 68.3 (C1) en 71.2–71.3 (F19/M17/M18)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 65.2, 68.3 (C1) en 71.2–71.3 (F19/M17/M18)

Mogen speedpedelecs tegen de rijrichting in rijden?

Dat mag wanneer het passende onderbord, zoals M17 of M18, hun uitdrukkelijk toestaat in beide richtingen te rijden.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 65.2, 68.3 (C1) en 71.2–71.3 (F19/M17/M18)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 65.2, 68.3 (C1) en 71.2–71.3 (F19/M17/M18)

Heeft een Belgische eenrichtingsweg automatisch voorrang?

Nee. F19 regelt alleen de rijrichting. Bestuurders moeten de voorrangsborden, verkeerslichten en de voorrang van rechts blijven respecteren waar die geldt.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 65.2, 68.3 (C1) en 71.2–71.3 (F19/M17/M18)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 65.2, 68.3 (C1) en 71.2–71.3 (F19/M17/M18)

14. Kade

Een kade is een aangelegd gebied langs een rivier, kanaal, haven of ander water, doorgaans gebruikt voor laden, lossen, het aanmeren van vaartuigen of toegang tot de waterkant. Een weg kan langs het water lopen of rechtstreeks naar de kaderand leiden.

In het wegverkeer waarschuwt een kadebord voor het risico dat een voertuig de weg kan verlaten en in het water terechtkomt. Bestuurders moeten snelheid verminderen, de weginrichting zorgvuldig observeren en voldoende afstand houden van de waterkant.

Kade
Welk Belgisch bord waarschuwt voor een kaai of oever?

Het Belgische waarschuwingsbord A11 geeft aan dat de weg op een kaai of oever uitkomt.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 24–25 en 66.4 (A11)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 24–25 en 66.4 (A11)

Wat verandert voor kaaien onder de nieuwe Belgische Wegcode?

De nieuwe Belgische Code van de openbare weg treedt op 1 juni 2027 in werking. Het waarschuwingsbord voor een uitweg op een kaai of oever behoudt zijn nummer: A11. Het waarschuwt voor het kaai- of oevergevaar.

🔗 wegcode.be • Code van de openbare weg, bepalingen van toepassing vanaf 1 juni 2027

Betekent een kaai- of oeverwaarschuwing in België dat de weg zeker eindigt?

Niet noodzakelijk. De weg kan bij het water eindigen, er vlakbij afbuigen of langs de kaai verderlopen. Bestuurders moeten vertragen en de werkelijke inrichting bekijken.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 24–25 en 66.4 (A11)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 24–25 en 66.4 (A11)

Legt een Belgisch waarschuwingsbord voor een kaai of oever een snelheidslimiet op?

Het waarschuwingsbord voor een kaai of oever stelt geen vaste getalsmatige limiet vast. Bestuurders moeten de toepasselijke snelheidslimiet respecteren en voldoende vertragen om het gevaar veilig te naderen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 24–25 en 66.4 (A11)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 24–25 en 66.4 (A11)

Moet u vóór de kaairand kunnen stoppen?

Ja. Bestuurders moeten hun snelheid zo aanpassen dat ze kunnen stoppen voor een voorzienbare hindernis of gevaar, inclusief het einde of de rand van de weg.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 24–25 en 66.4 (A11)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 24–25 en 66.4 (A11)

15. Helling

Een helling is een weggedeelte dat merkbaar stijgt of daalt. Een steile helling kan de voertuigsnelheid, remafstand, grip, zichtbaarheid en het vermogen van zware of zwak gemotoriseerde voertuigen om een constante snelheid aan te houden beïnvloeden.

Waarschuwingsborden kunnen een steile stijging of gevaarlijke afdaling aangeven en kunnen de hellingsgraad als percentage tonen. Bestuurders moeten tijdig hun snelheid aanpassen, een geschikte versnelling kiezen en rekening houden met langzame voertuigen, bochten en veranderende wegomstandigheden.

Welke Belgische borden waarschuwen voor een steile helling?

Verkeersbord A3 waarschuwt voor een gevaarlijke afdaling; verkeersbord A5 waarschuwt voor een steile helling omhoog.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 17.2, 24(6) en 66.4 (A3/A5)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 17.2, 24(6) en 66.4 (A3/A5)

Legt een Belgisch waarschuwingsbord voor een steile helling een snelheidslimiet op?

Nee. Dit zijn waarschuwingsborden. Bestuurders moeten de toepasselijke maximumsnelheid respecteren en voldoende vertragen voor helling, zicht, verkeer en wegomstandigheden.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 17.2, 24(6) en 66.4 (A3/A5)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 17.2, 24(6) en 66.4 (A3/A5)

Hoe moet u op een steile Belgische weg afdalen?

Vertraag vóór de afdaling, kies een geschikte versnelling en houd het voertuig onder controle. Bestuurders moeten altijd kunnen stoppen voor een voorzienbare hindernis.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 17.2, 24(6) en 66.4 (A3/A5)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 17.2, 24(6) en 66.4 (A3/A5)

Moet u in neutraal afdalen?

Nee. Houd de transmissie ingeschakeld zodat de motorrem het voertuig helpt beheersen. In neutraal uitrollen kan de snelheid laten oplopen en de remmen zwaarder belasten.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 17.2, 24(6) en 66.4 (A3/A5)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 17.2, 24(6) en 66.4 (A3/A5)

Mag u stoppen of parkeren nabij de top van een helling?

Nee, wanneer het zicht onvoldoende is. Stilstaan en parkeren op de rijbaan nabij de top van een helling zijn verboden wanneer naderende weggebruikers het voertuig moeilijk zouden kunnen zien.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 17.2, 24(6) en 66.4 (A3/A5)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 17.2, 24(6) en 66.4 (A3/A5)

16. Busstrook

Een busstrook is een rijstrook die in de eerste plaats is voorbehouden voor bussen of andere toegelaten voertuigen van het openbaar vervoer. Afhankelijk van de lokale regels kunnen ook taxi’s, fietsers, motorfietsen of andere aangeduide voertuigcategorieën er gebruik van maken.

Busstroken worden aangeduid met verkeersborden, wegmarkeringen, gekleurd wegdek of opschriften op de rijbaan. Bestuurders die de strook niet mogen gebruiken, mogen ze alleen oprijden of kruisen waar de lokale verkeersregels dit toestaan, bijvoorbeeld om af te slaan of een eigendom te bereiken.

Busstrook
Hoe herkent u een busstrook in België?

Een Belgische busstrook (F17) wordt afgebakend met één of twee brede onderbroken witte lijnen of een dambordmarkering met witte vierkanten. Een bijzondere overrijdbare bedding (F18) gebruikt één of twee brede doorlopende witte lijnen of een witte dambordmarkering. Geen van beide voorzieningen maakt deel uit van de rijbaan. Geregelde openbaarvervoerdiensten mogen ze gebruiken; aanvullende categorieën vereisen de betreffende aanduiding op het bord of onderbord.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 43.2, 71.2 en 72.5–72.6 (F17/F18)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 43.2, 71.2 en 72.5–72.6 (F17/F18)

Welke andere voertuigen kunnen toegelaten zijn?

Aanvullende toegelaten categorieën kunnen schoolvervoervoertuigen, taxi's, rijwielen, de aangeduide bromfietsklassen, motorfietsen, personenvoertuigen met meer dan acht passagiersplaatsen, pendelvoertuigen, voertuigen die aan de aangegeven bezettingsvoorwaarde voldoen, voertuigen ter bevordering van duurzame mobiliteit en voertuigen voor collectief vervoer van personen met een handicap omvatten. Het betreffende symbool, woord of herkenningsteken moet op F17 of het onderbord staan. Hetzelfde categoriestelsel geldt voor F18; vereiste voertuigherkenningstekens moeten eveneens worden getoond.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 43.2, 71.2 en 72.5–72.6 (F17/F18)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 43.2, 71.2 en 72.5–72.6 (F17/F18)

Mogen fietsers elke Belgische busstrook gebruiken?

Nee. Fietsers mogen een busstrook alleen gebruiken wanneer het fietssymbool of een andere rechtsgeldige aanduiding dat toestaat.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 43.2, 71.2 en 72.5–72.6 (F17/F18)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 43.2, 71.2 en 72.5–72.6 (F17/F18)

Mogen bromfietsen of speedpedelecs een busstrook gebruiken?

Alleen wanneer de toepasselijke aanduiding voor de bromfietsklasse of speedpedelec dit toestaat. Bestuurders moeten het F17-bord en het onderbord zorgvuldig controleren.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 43.2, 71.2 en 72.5–72.6 (F17/F18)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 43.2, 71.2 en 72.5–72.6 (F17/F18)

Mag u stoppen of parkeren op een Belgische busstrook?

Een niet-toegelaten bestuurder mag een busstrook niet als stop- of parkeerplaats gebruiken. Afzonderlijke bushalte-, parkeer- en plaatselijke borden moeten eveneens worden gerespecteerd en de doorgang van toegelaten voertuigen mag niet worden belemmerd.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 43.2, 71.2 en 72.5–72.6 (F17/F18)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 43.2, 71.2 en 72.5–72.6 (F17/F18)

17. Doodlopende weg

Een doodlopende weg is een weg die voor sommige of alle voertuigen geen doorgaande verbinding biedt. Ze kan volledig eindigen, bij een afsluiting stoppen of verderlopen als een pad dat alleen door bepaalde weggebruikers mag worden gebruikt.

Bestuurders mogen normaal een doodlopende weg inrijden om woningen, handelszaken, parkeerplaatsen of andere bestemmingen te bereiken, maar moeten erop voorbereid zijn om te keren of langs dezelfde route terug te rijden. Verkeersborden kunnen aangeven dat voetgangers of fietsers wel verder kunnen voorbij het punt waar gemotoriseerd verkeer niet kan doorgaan.

Doodlopende weg
Welke Belgische verkeersborden duiden een doodlopende weg aan?

Verkeersbord F45 duidt een doodlopende weg zonder doorgaande route aan. Bestuurders die de weg inrijden, moeten normaal via dezelfde route terugkeren. Verkeersbord F45b duidt een doodlopende weg voor motorverkeer aan waar voetgangers en fietsers wel verder kunnen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10–13 en 71.2 (F45/F45b)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10–13 en 71.2 (F45/F45b)

Wat verandert voor doodlopende wegen onder de nieuwe Belgische Wegcode?

De nieuwe Belgische Code van de openbare weg treedt op 1 juni 2027 in werking. Het huidige verkeersbord F45 voor een doodlopende weg wordt verkeersbord F45a. Verkeersbord F45b blijft een doodlopende weg aanduiden waar voetgangers en fietsers kunnen doorgaan. Bij beide borden mag het weginrichtingssymbool aan de plaatselijke situatie worden aangepast.

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode, artikelen 65–71; artikelen 5–6, voorrang van regels

🔗 wegcode.be • Code van de openbare weg, bepalingen van toepassing vanaf 1 juni 2027

Legt een Belgisch doodlopende-wegbord een snelheidslimiet op?

Nee. De toepasselijke regionale, zonale of aangegeven snelheidslimiet blijft gelden. Bestuurders moeten hun snelheid nog steeds aanpassen aan wegbreedte, zicht en de aanwezigheid van voetgangers of fietsers.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10–13 en 71.2 (F45/F45b)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10–13 en 71.2 (F45/F45b)

Heeft een doodlopende weg automatisch een lagere voorrang?

Nee. Het doodlopende karakter bepaalt de voorrang niet. Bestuurders moeten voorrangsborden, verkeerslichten en de gewone voorrangsregels volgen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10–13 en 71.2 (F45/F45b)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10–13 en 71.2 (F45/F45b)

Moet u de richtingaanwijzers gebruiken bij het keren?

Geef een zijdelingse verplaatsing of richtingsverandering tijdig aan met de richtingaanwijzers. Heeft het voertuig die niet, geef dan waar mogelijk een teken met de arm. Stop met richting aangeven zodra de beweging voltooid is. Richting aangeven geeft geen voorrang: een bestuurder die een manoeuvre uitvoert, moet andere weggebruikers voorrang verlenen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10–13 en 71.2 (F45/F45b)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10–13 en 71.2 (F45/F45b)

18. Stopbord

Een stopbord verplicht bestuurders om hun voertuig volledig tot stilstand te brengen en voorrang te verlenen voordat zij de weg voor hen oprijden of kruisen. Er moet worden gestopt aan de stopstreep of op een andere wettelijk voorgeschreven plaats.

Na het stoppen mag de bestuurder alleen verderrijden wanneer dit veilig kan en zonder het verkeer dat voorrang heeft te hinderen. Door te stoppen krijgt de bestuurder zelf geen voorrang.

Stopbord
Welke Belgische verkeersborden duiden een stop aan?

Verkeersbord B5 is het Belgische stopbord en betekent stoppen en voorrang verlenen. Verkeersbord B7 kondigt een B5-stopbord verderop aan en geeft bij benadering de afstand aan.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 67.3 (B5/B7) en 76.1

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 67.3 (B5/B7) en 76.1

Moet u altijd stoppen bij een Belgisch stopbord?

Ja. U moet volledig stoppen, ook wanneer geen andere weggebruiker zichtbaar is.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 67.3 (B5/B7) en 76.1

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 67.3 (B5/B7) en 76.1

Is vertragen voldoende bij een Belgisch stopbord?

Nee. Het voertuig moet volledig stilstaan. Doorrollen of zeer langzaam doorrijden voldoet niet aan het bord.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 67.3 (B5/B7) en 76.1

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 67.3 (B5/B7) en 76.1

Waar moet u stoppen als er een stopstreep is?

U moet vóór de witte doorlopende stopstreep stoppen. De streep duidt precies aan waar bestuurders moeten stoppen vanwege B5 of een verkeerslicht.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 67.3 (B5/B7) en 76.1

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 67.3 (B5/B7) en 76.1

Waar moet u stoppen als er geen stopstreep is?

Stop voordat u het kruispunt of de voorrangsweg oprijdt, in de onmiddellijke nabijheid van het B5-bord en op een plaats vanwaar u veilig voorrang kunt verlenen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 67.3 (B5/B7) en 76.1

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 67.3 (B5/B7) en 76.1

Wat is in België het verschil tussen een stopbord en een voorrang-verlenenbord?

Een stopbord verplicht volledig stoppen en voorrang verlenen. Een voorrang-verlenenbord verplicht voorrang verlenen, maar geen volledige stop wanneer u zonder stoppen veilig verder kunt.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 67.3 (B5/B7) en 76.1

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 67.3 (B5/B7) en 76.1

19. Voorrang verlenen

Een bord voor voorrang verlenen verplicht bestuurders om verkeer met voorrang eerst te laten doorgaan voordat zij een weg oprijden, kruisen of invoegen. Bestuurders moeten snelheid verminderen, naderend verkeer observeren en indien nodig stoppen.

In tegenstelling tot een stopbord verplicht een bord voor voorrang verlenen niet altijd tot volledig stoppen. De bestuurder mag alleen zonder te stoppen doorrijden wanneer de route duidelijk veilig is en geen weggebruiker met voorrang wordt gedwongen snelheid of richting te veranderen.

Voorrang verlenen
Welke Belgische verkeersborden duiden aan dat u voorrang moet verlenen?

Verkeersbord B1 betekent dat bestuurders voorrang moeten verlenen. Verkeersbord B3 kondigt een B1-bord verderop aan en geeft bij benadering de afstand aan.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 65.2, 67.3 (B1/B3, M9/M10) en 76.2

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 65.2, 67.3 (B1/B3, M9/M10) en 76.2

Moet u altijd stoppen bij een Belgisch voorrang-verlenenbord?

Nee. U moet alleen stoppen wanneer dat nodig is om voorrang te verlenen of voldoende zicht te krijgen. Is de weg duidelijk vrij, dan mag u voorzichtig verderrijden zonder volledig te stoppen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 65.2, 67.3 (B1/B3, M9/M10) en 76.2

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 65.2, 67.3 (B1/B3, M9/M10) en 76.2

Aan wie moet u voorrang verlenen bij een Belgisch voorrang-verlenenbord?

U moet voorrang verlenen aan elke bestuurder op de openbare weg of rijbaan die u oprijdt.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 65.2, 67.3 (B1/B3, M9/M10) en 76.2

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 65.2, 67.3 (B1/B3, M9/M10) en 76.2

Wat is in België het verschil tussen een voorrang-verlenenbord en een stopbord?

Een voorrang-verlenenbord verplicht bestuurders voorrang te verlenen, maar niet altijd te stoppen. Een stopbord verplicht volledig stoppen en daarna voorrang verlenen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 65.2, 67.3 (B1/B3, M9/M10) en 76.2

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 65.2, 67.3 (B1/B3, M9/M10) en 76.2

Kan een Belgisch voorrang-verlenenbord een onderbord hebben dat waarschuwt voor fietsers in beide richtingen?

Ja. Een onderbord kan aangeven dat fietsers, of fietsers samen met bepaalde tweewielige bromfietsen, op de op te rijden weg in beide richtingen rijden.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 12, 65.2, 67.3 (B1/B3, M9/M10) en 76.2

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 12, 65.2, 67.3 (B1/B3, M9/M10) en 76.2

20. Rotonde

Een rotonde is een cirkelvormige weginrichting waar verkeer in één aangeduide richting rond een centraal eiland rijdt. Voertuigen rijden de rotonde op en verlaten deze via aansluitende wegen, en verkeersborden of plaatselijke regels bepalen wie voorrang heeft.

Bestuurders moeten snelheid verminderen, een geschikte rijstrook kiezen, alle weggebruikers observeren en waar vereist richting aangeven bij het verlaten. De rijrichting, voorrang bij het oprijden, het rijstrookgebruik en de regels voor fietsers en voetgangers hangen af van plaatselijke verkeersborden en regels.

Hoe herkent u een rotonde in België?

Een wettelijk aangeduide rotonde heeft een middeneiland, een blauw rond bord met witte pijlen en toegangen met voorrang-verlenen- of stopborden. Alleen de ronde vorm bepaalt de wettelijke status niet.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

Wie heeft voorrang op een rotonde in België?

Bestuurders die al op de rotonde rijden, hebben voorrang op bestuurders die via een voorrang-verlenen- of stopbord oprijden. De voorrang van rechts geldt niet tegenover een bestuurder die op een wettelijk aangeduide rotonde rijdt.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

Moet u stoppen voordat u een Belgische rotonde oprijdt?

Stop bij een voorrang-verlenenbord wanneer dat nodig is om voorrang te verlenen. Stop bij een stopbord altijd volledig en verleen voorrang, ook wanneer geen ander verkeer zichtbaar is.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

Wanneer moet u richting aangeven op een Belgische rotonde?

Richting aangeven is niet verplicht bij het oprijden. Gebruik de rechterrichtingaanwijzer bij het verlaten en schakel deze uit nadat de beweging voltooid is.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

Welke rijstrook mag u gebruiken op een Belgische rotonde?

Volgens de huidige regels hoeft u niet zo ver mogelijk rechts te houden, behalve op een voor u voorbehouden deel. Respecteer de rijstrookmarkeringen en kies de rijstrook die het best bij uw bestemming past.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

Wie heeft voorrang wanneer u van rijstrook wisselt op een Belgische rotonde?

U moet andere weggebruikers voorrang verlenen. Van rijstrook wisselen is een manoeuvre en richting aangeven geeft geen voorrang. Dwing geen doorgang over een andere rijstrook af om een afrit te bereiken.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

Moeten bestuurders voorrang verlenen aan fietsers bij een Belgische rotonde?

Fietsers op de rijbaan hebben bij voorrang-verlenen- of stopborden voorrang op oprijdend verkeer. Bestuurders die een fietspad kruisen, moeten de rechtmatige gebruikers voorrang verlenen. Controleer bij afzonderlijke fietsoversteekplaatsen de toepasselijke borden en markeringen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

Moet u voorrang verlenen aan voetgangers bij het verlaten van een Belgische rotonde?

Ja, aan voetgangers die de weg oversteken die u inrijdt. Verleen bij een ongeregelde oversteekplaats voor voetgangers ook voorrang aan voetgangers die al oversteken of op het punt staan die te betreden.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

Wat verandert voor Belgische rotondes vanaf 1 juni 2027?

Volgens de nieuwe Code mag, wanneer zowel op de toeleidende weg als op de rotonde meerdere rijstroken zijn, alleen een andere rijstrook worden gebruikt als u niet de eerste afrit neemt en niet naar de meest rechtse rijstrook gaat voordat u die afrit voorbij bent. Richting aangeven blijft verplicht bij het verlaten, niet bij het oprijden.

🔗 wegcode.be • Code van de openbare weg, bepalingen van toepassing vanaf 1 juni 2027

Hoe noemt men een rotonde in België?

De officiële Nederlandse term is rotonde. De Franse term is rond-point. De wettelijke definitie vereist het rotondebord en voorrang-verlenen- of stopborden aan de toegangen; alleen een ronde weginrichting volstaat niet.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 2.39, 9.3.1, 12.3.1, 12.4–12.4bis, 19.2, 19.5, 40.4 en 69.4 (D5)

21. Voorrangsweg

Een voorrangsweg is een weg waarop het verkeer voorrang heeft op verkeer dat vanuit kruisende zijwegen oprijdt. Ze wordt normaal aangeduid met een bord voorrangsweg, terwijl een eindebord aangeeft waar die doorgaande voorrangsstatus eindigt.

Bestuurders op een voorrangsweg moeten nog steeds verkeerslichten, bevoegde personen, snelheidslimieten, oversteekplaatsen en afslagregels naleven. Voorrang hebben betekent nooit dat een bestuurder mag doorrijden wanneer dit gevaar zou veroorzaken of een kruispunt zou blokkeren.

Welke Belgische verkeersborden duiden het begin en einde van een voorrangsweg aan?

Verkeersbord B9 duidt het begin van een voorrangsweg aan. Verkeersbord B11 duidt het einde van een voorrangsweg aan.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 6, 12, 19, 40.4 en 67.3 (B9/B11/B15)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 6, 12, 19, 40.4 en 67.3 (B9/B11/B15)

Eindigt een Belgische voorrangsweg bij elk kruispunt?

Nee. De voorrangsstatus blijft gelden tot bord B11 het einde aangeeft. De herhaling van B9 na kruispunten bevestigt die voortgezette status.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 6, 12, 19, 40.4 en 67.3 (B9/B11/B15)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 6, 12, 19, 40.4 en 67.3 (B9/B11/B15)

Welke borden staan normaal op de zijwegen?

Bestuurders die de voorrangsweg oprijden, krijgen normaal verkeersbord B1, voorrang verlenen, of B5, stoppen en voorrang verlenen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 6, 12, 19, 40.4 en 67.3 (B9/B11/B15)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 6, 12, 19, 40.4 en 67.3 (B9/B11/B15)

Geeft een Belgisch voorrangswegbord u voorrang op voetgangers?

Nee. Een voorrangswegbord regelt vooral de voorrang tussen bestuurders op kruispunten. Bestuurders moeten nog steeds voorrang verlenen aan voetgangers op oversteekplaatsen en bij het afslaan waar de Belgische regels dit vereisen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 6, 12, 19, 40.4 en 67.3 (B9/B11/B15)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 6, 12, 19, 40.4 en 67.3 (B9/B11/B15)

22. Wegversmalling

Een wegversmalling is een gedeelte waar de beschikbare breedte van de weg of rijbaan kleiner wordt. De versmalling kan aan beide zijden, slechts aan één zijde of doordat één of meer rijstroken eindigen ontstaan.

Bestuurders moeten snelheid verminderen, tegemoetkomend en naastgelegen verkeer observeren, voldoende zijdelingse afstand houden en invoegen wanneer dat nodig is. Waarschuwingsborden bepalen niet altijd de voorrang, dus bestuurders moeten eventuele voorrangsborden, rijstrookmarkeringen en lokale verkeersregels volgen.

Welke Belgische borden waarschuwen voor een wegversmalling?

De Belgische waarschuwingsborden A7a, A7b en A7c duiden een versmalling van de rijbaan aan.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 15, 66.4 (A7a/A7b/A7c) en 67.3 (B19/B21)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 15, 66.4 (A7a/A7b/A7c) en 67.3 (B19/B21)

Bepaalt een Belgisch waarschuwingsbord voor wegversmalling de voorrang?

Nee. Wegversmallingsborden waarschuwen voor de versmalling, maar geven niet aan welke richting voorrang heeft door het smalle gedeelte. Afzonderlijke voorrangsborden of de toepasselijke verkeersregels bepalen wie voorrang moet verlenen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 15, 66.4 (A7a/A7b/A7c) en 67.3 (B19/B21)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — 10, 15, 66.4 (A7a/A7b/A7c) en 67.3 (B19/B21)

Legt een Belgisch waarschuwingsbord voor wegversmalling een snelheidslimiet op?

Nee. Bestuurders moeten de toepasselijke snelheidslimiet respecteren en verder vertragen wanneer breedte, zicht en verkeersomstandigheden dat vereisen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 12.4, 12bis, 13, 15 en 66.4 (A7)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 12.4, 12bis, 13, 15 en 66.4 (A7)

Moet u richting aangeven om een hindernis voorbij te rijden?

Ja, wanneer de beweging een zijdelingse verplaatsing vereist. Geef tijdig richting aan, controleer achteropkomend en tegemoetkomend verkeer en stop met richting aangeven wanneer de beweging voltooid is.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 12.4, 12bis, 13, 15 en 66.4 (A7)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 12.4, 12bis, 13, 15 en 66.4 (A7)

Wat als uw rijstrook bij de versmalling eindigt?

Bij normaal doorstromend verkeer is naar de aangrenzende rijstrook gaan een manoeuvre en moet u de gebruikers daarvan voorrang verlenen. Bij sterk vertraagd verkeer geldt de Belgische ritsregel.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 12.4, 12bis, 13, 15 en 66.4 (A7)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — artikelen 10, 12.4, 12bis, 13, 15 en 66.4 (A7)

23. Voorrang op tegemoetkomend verkeer

Voorrang op tegemoetkomend verkeer betekent dat bestuurders die in één richting rijden op een smal weggedeelte voorrang hebben op bestuurders die uit de tegenovergestelde richting komen. De regel wordt normaal aangeduid met een voorrangsbord in de ene richting en een overeenkomstig bord voorrang verlenen in de andere richting.

Bestuurders met voorrang moeten nog steeds voorzichtig naderen en mogen zich niet door de doorgang forceren wanneer deze geblokkeerd of al bezet is. De borden regelen de voorrang door het smalle gedeelte, niet de snelheid, het parkeren of de voorrang op nabijgelegen kruispunten.

Voorrang op tegemoetkomend verkeer
Welk Belgisch bord geeft voorrang tegenover tegenliggers?

Verkeersbord B21 geeft bestuurders voorrang tegenover bestuurders die vanuit de tegenovergestelde richting door een smalle doorgang naderen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 15, 40ter en 67.3 (B21)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 15, 40ter en 67.3 (B21)

Moet u stoppen bij een Belgisch bord dat u voorrang tegenover tegenliggers geeft?

Nee. U mag doorrijden als de doorgang vrij is, maar moet voorzichtig naderen en zo nodig stoppen om gevaar te vermijden.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 15, 40ter en 67.3 (B21)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 15, 40ter en 67.3 (B21)

Mag u de doorgang inrijden wanneer er al een tegenligger in rijdt?

Dwing geen doorgang af. Vertraag of stop en laat de bezette doorgang vrijkomen, ook al geeft B21 uw richting normaal voorrang.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 15, 40ter en 67.3 (B21)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 15, 40ter en 67.3 (B21)

Moet u ruimte laten bij het voorbijrijden van een fietser?

Ja. Een auto- of motorfietsbestuurder moet binnen de bebouwde kom minstens 1 meter naast een fietser of tweewielige bromfietsbestuurder laten en daarbuiten 1,5 meter. Wacht als de vereiste afstand in de smalle doorgang niet kan worden behouden. Voorrang tegenover tegenliggers heft deze plicht niet op.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 15, 40ter en 67.3 (B21)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 15, 40ter en 67.3 (B21)

24. Voorrang verlenen aan tegemoetkomend verkeer

Voorrang verlenen aan tegemoetkomend verkeer betekent dat bestuurders voertuigen die uit de tegenovergestelde richting komen als eerste door een smal weggedeelte moeten laten rijden. De regel wordt normaal aangeduid met een bord voor de richting die voorrang moet verlenen en een overeenkomstig voorrangsbord voor het tegemoetkomende verkeer.

Bestuurders moeten snelheid verminderen en zo nodig stoppen voordat zij de smalle doorgang oprijden. Zij mogen alleen verderrijden wanneer dit veilig kan en zonder tegemoetkomend verkeer met voorrang te hinderen.

Voorrang verlenen aan tegemoetkomend verkeer
Welk Belgisch bord betekent voorrang verlenen aan tegenliggers?

Verkeersbord B19 verplicht bestuurders voorrang te verlenen aan bestuurders die vanuit de tegenovergestelde richting door een smalle doorgang naderen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 12.5, 15, 40ter en 67.3 (B19/B21)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 12.5, 15, 40ter en 67.3 (B19/B21)

Moet u altijd stoppen bij een Belgisch bord dat voorrang verlenen aan tegenliggers verplicht?

Nee. U moet vertragen en zo nodig stoppen om voorrang te verlenen. U mag voorzichtig verder wanneer de doorgang vrij is en geen tegemoetkomende bestuurder met voorrang wordt gehinderd.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 12.5, 15, 40ter en 67.3 (B19/B21)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 12.5, 15, 40ter en 67.3 (B19/B21)

Wanneer mag u de smalle doorgang inrijden?

U mag alleen inrijden wanneer u de doorgang kunt verlaten zonder een tegemoetkomende bestuurder te dwingen te vertragen, te stoppen, achteruit te rijden of van koers te veranderen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 12.5, 15, 40ter en 67.3 (B19/B21)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 12.5, 15, 40ter en 67.3 (B19/B21)

Moet u voorrang verlenen aan een tegemoetkomende fietser?

Ja. Is de doorgang te smal om met behoud van de vereiste zijdelingse afstand te passeren, wacht dan tot de fietser erdoor is.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 12.5, 15, 40ter en 67.3 (B19/B21)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode — artikelen 6–7, 10, 12.5, 15, 40ter en 67.3 (B19/B21)

25. Voetgangersoversteekplaats

Een voetgangersoversteekplaats is een aangewezen plaats waar voetgangers een weg kunnen oversteken. Ze wordt doorgaans aangeduid met wegmarkeringen, verkeersborden, verkeerslichten of een combinatie daarvan.

Bestuurders moeten met de nodige voorzichtigheid naderen en voorrang verlenen wanneer de plaatselijke wetgeving dat vereist. Voetgangers moeten ook op naderend verkeer letten en eventuele voetgangerslichten of aanwijzingen van bevoegde verkeersregelaars opvolgen.

Voetgangersoversteekplaats
Welke Belgische verkeersborden duiden een oversteekplaats voor voetgangers aan of waarschuwen ervoor?

Verkeersbord F49 duidt de plaats van een oversteekplaats voor voetgangers aan; waarschuwingsbord A21 waarschuwt bestuurders dat ze een oversteekplaats voor voetgangers naderen.

Oversteekplaats voor voetgangers. Oversteekplaats voor voetgangers.

English • Traffic sign F49 • Pedestrian crossing.

Français • Signal routier F49 • Passage pour piétons.

Nederlands • Verkeersbord F49 • Oversteekplaats voor voetgangers.

Bronnen

SVG source: Commons.wikimedia.org
Vascer • Public domain. Original SVG unmodified.

🔗 Wegcode.be • Artikel 71. Aanwijzingsborden (NL)
🔗 Codedelaroute.be • Article 71. Signaux d'indication (FR)

Waarschuwing voor een voetgangersoversteekplaats. Waarschuwing voor een voetgangersoversteekplaats.

English • Traffic sign A21 • Pedestrian crossing.

Français • Signal routier A21 • Passage pour piétons.

Nederlands • Verkeersbord A21 • Oversteekplaats voor voetgangers.

Bronnen

SVG source: Commons.wikimedia.org
Vascer • Public domain. Original SVG unmodified.

🔗 Wegcode.be • Artikel 66. Gevaarsborden (NL)
🔗 Codedelaroute.be • Article 66. Signaux de danger (FR)

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode, artikelen 40–43, 66, 71

Hebben voetgangers voorrang bij een ongeregelde Belgische oversteekplaats?

Ja. Bestuurders moeten voorrang verlenen aan voetgangers die zich op de oversteekplaats bevinden of op het punt staan die te betreden.

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode, artikelen 40–43, 66, 71; artikelen 12–14, 19 en 67

Hoe moeten bestuurders een ongeregelde oversteekplaats naderen?

Bestuurders moeten met matige snelheid naderen en bereid zijn voor voetgangers te stoppen.

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode, artikelen 40–43, 66, 71

Mag u tijdens filevorming op de oversteekplaats stoppen?

Nee. U mag een oversteekplaats voor voetgangers niet oprijden wanneer filevorming u waarschijnlijk zal dwingen erop te stoppen.

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode, artikelen 40–43, 66, 71; artikelen 23–27 en 51–52

Hoe ver vóór een oversteekplaats voor voetgangers zijn stilstaan en parkeren verboden?

Stilstaan en parkeren op de rijbaan zijn verboden op minder dan vijf meter vóór de oversteekplaats.

🔗 wegcode.be • Belgische Wegcode, artikelen 40–43, 66, 71; artikelen 23–27 en 51–52