1. Duitsland

Duitsland ligt in Centraal-Europa en grenst aan negen landen, waaronder Denemarken, Polen, Tsjechië, Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk, Luxemburg, België en Nederland. Het verkeer rijdt rechts. Duitsland staat vooral bekend om zijn Autobahn-netwerk: op sommige weggedeelten geldt voor personenauto's geen algemene maximumsnelheid, hoewel een aanbevolen snelheid van 130 km/h geldt waar geen lagere limiet is aangegeven. Personenauto's hebben geen landelijk autosnelwegvignet nodig, maar bestuurders die bepaalde steden binnenrijden kunnen een milieusticker nodig hebben.

Duits is de belangrijkste taal op verkeersborden en bestemmingsborden gebruiken Duitse plaatsnamen. In de Sorbische vestigingsgebieden van Brandenburg en Saksen kunnen bestuurders ook tweetalige Duits-Sorbische plaatsnamen en verkeersborden tegenkomen. De rijomstandigheden variëren sterk, van druk stads- en autosnelwegverkeer tot landelijke wegen en bergachtige gebieden in het zuiden. Duitsland kent bovendien een weersafhankelijke winterbandenregel: geschikte winterbanden zijn vereist wanneer de weg door sneeuw, smeltende sneeuw, ijs of rijp wordt beïnvloed, in plaats van gedurende een vaste kalenderperiode.

AI-generated by Rijbewijs-online.be • WCIT • CC BY-SA
Welk nummer kunt u in Duitsland bellen bij een noodgeval?

Bel 112 voor dringende noodhulp. Geef de operator uw locatie door en leg uit wat er is gebeurd.

🔗 bbk.bund.de • Duitse federale dienst voor bevolkingsbescherming en rampenbestrijding, eerste hulp en noodoproepen

Wat is de wettelijke alcohollimiet voor bestuurders in Duitsland?

De algemene alcoholdrempel in het bloed bedraagt 0,5‰ (0,5 g/l). Voor bestuurders jonger dan 21 of nog in hun proefperiode geldt nultolerantie. Rijden kan ook onder 0,5‰ strafbaar zijn wanneer alcohol het veilig besturen beïnvloedt.

🔗 europa.eu • Uw Europa / nationale overheden, verkeersregels in Duitsland, alcohollimieten

Welke snelheidslimieten gelden voor personenauto's in Duitsland?

Binnen de bebouwde kom: De algemene maximumsnelheid bedraagt 50 km/h, tenzij borden een andere limiet aangeven. Lagere limieten zoals 30 km/h komen veel voor in woonwijken en andere gevoelige gebieden.

Buiten de bebouwde kom: Voor personenauto's en andere in aanmerking komende voertuigen tot 3,5 ton bedraagt de algemene maximumsnelheid op gewone wegen 100 km/h, tenzij borden een andere limiet aangeven.

Autobahnen: Er geldt geen algemene maximumsnelheid voor personenauto's op onbeperkte Autobahntrajecten. Er geldt een aanbevolen snelheid van 130 km/h en elke aangegeven snelheidslimiet moet worden gevolgd.

🔗 europa.eu • Uw Europa / nationale overheden, verkeersregels in Duitsland, snelheidslimieten voor personenauto's

Welke regels voor veiligheidsgordels en kinderbeveiliging gelden in Duitsland?

Veiligheidsgordels moeten tijdens een rit worden gedragen waar ze verplicht en aanwezig zijn, behoudens specifieke wettelijke uitzonderingen.

Kinderen jonger dan 12 en kleiner dan 150 cm moeten normaal een geschikt goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem gebruiken. Zodra 12 jaar of 150 cm is bereikt, volstaat de aanwezige gordel volgens de hoofdregel.

Een kind vanaf 3 jaar mag achterin een gordel gebruiken wanneer andere kinderbeveiligingssystemen geen plaats laten om er nog een te installeren. In een voertuig zonder gordels mogen kinderen jonger dan 3 niet reizen; kinderen vanaf 3 jaar die kleiner zijn dan 150 cm moeten achterin zitten. Er gelden ook bijzondere taxi- en busregels.

🔗 gesetze-im-internet.de • Duitsland, StVO, artikelen 21, 21a en 23, kinderbeveiligingssystemen, helmen en elektronische apparaten

Mag u tijdens het rijden een mobiele telefoon gebruiken in Duitsland?

Een bestuurder mag tijdens het rijden geen mobiele telefoon of vergelijkbaar elektronisch apparaat opnemen of vasthouden. Gebruik zonder vasthouden is toegestaan bij toegestane functies zoals spraakbediening of wanneer slechts een korte, aan de verkeerssituatie aangepaste blik nodig is.

🔗 gesetze-im-internet.de • Duitsland, StVO, artikelen 21, 21a en 23, kinderbeveiligingssystemen, helmen en elektronische apparaten

Wanneer zijn winterbanden verplicht in Duitsland?

Duitsland kent een situatiegebonden winterbandenplicht. Geschikte winterbanden zijn verplicht bij ijzel, vastgereden sneeuw, smeltende sneeuw, ijs of rijp. Geschikte winterbanden moeten het Alpine-symbool dragen.

🔗 europa.eu • Uw Europa / nationale overheden, verkeersregels in Duitsland, andere specifieke regels en winteruitrusting

🔗 gesetze-im-internet.de • Duitse overheid, verkeersreglement, artikel 2, artikel 2(3a), banden voor winterse omstandigheden

🔗 gesetze-im-internet.de • Duitse overheid, voertuigtoelatingsreglement, artikel 36, artikel 36(4), Alpine-markering

🔗 gesetze-im-internet.de • Duitsland, StVO, artikelen 21, 21a en 23, kinderbeveiligingssystemen, helmen en elektronische apparaten

Welke veiligheidsuitrusting moet u in een auto in Duitsland meenemen?

Personenauto's moeten normaal een gevarendriehoek, reflecterend veiligheidsvest en EHBO-materiaal meenemen dat aan de toepasselijke voorschriften voldoet.

🔗 europa.eu • Uw Europa / nationale overheden, verkeersregels in Duitsland, andere specifieke regels en voertuiguitrusting

Mag een bezoeker in Duitsland een rijbewijs uit een ander EU-land gebruiken?

Ja. Een geldig, definitief EU-rijbewijs wordt erkend voor de voertuigcategorieën waarvoor het geldt. U moet aan de toepasselijke minimumleeftijd voldoen. Een voorlopig rijbewijs of tijdelijk vervangingsattest geniet niet dezelfde automatische erkenning.

🔗 europa.eu • Uw Europa, geldigheid van rijbewijs en verzekering

Zijn motorhelmen verplicht in Duitsland?

Ja. Op een gewone, open motorfiets moeten zowel de bestuurder als de passagier een beschermende helm dragen. Gebruik een helm die aan de toepasselijke goedkeuringsvoorschriften voldoet en maak hem correct vast. Controleer de specifieke regels voordat u zich beroept op een vrijstelling voor een gesloten of speciaal uitgerust voertuig.

🔗 gesetze-im-internet.de • Duitsland, StVO, artikelen 21, 21a en 23, kinderbeveiligingssystemen, helmen en elektronische apparaten

2. Autosnelweg

Een autosnelweg is een weg die speciaal is ontworpen en aangeduid voor motorverkeer. Autosnelwegen hebben normaal gescheiden rijbanen voor verkeer in tegengestelde richtingen, gecontroleerde toegang via aangewezen op- en afritten, geen rechtstreekse toegang tot aangrenzende eigendommen en geen gelijkvloerse kruisingen met andere wegen, spoorwegen of paden.

Op autosnelwegen gelden bijzondere verkeersregels. De toegelaten weggebruikers, snelheidslimieten, rijstrookregels, tolheffing en noodprocedures verschillen per land, zodat bestuurders de lokale verkeersborden en regels moeten volgen.

Hoe noemt men een autosnelweg in Duitsland?

De Duitse term is Autobahn. Een Kraftfahrstraße is een afzonderlijke wegcategorie die aan motorvoertuigen is voorbehouden.

🔗 gesetze-im-internet.de • Duitse StVO: §§3(1),(3),18(1),(7)–(10); bijlage 3, borden 330.1–330.2

🔗 gesetze-im-internet.de • Autobahn-Richtgeschwindigkeits-V §§1–2: advies van 130 km/h

Welke snelheidslimiet geldt voor auto's op een autosnelweg in Duitsland?

Voor gewone personenauto's zonder aanhangwagen geldt op onbeperkte trajecten geen algemene autosnelwegmaximumsnelheid. De aanbevolen snelheid is 130 km/h. Aangegeven en variabele limieten zijn bindend; verkeer, weer en zicht kunnen een lagere snelheid vereisen.

🔗 gesetze-im-internet.de • Duitse StVO: §§3(1),(3),18(1),(7)–(10); bijlage 3, borden 330.1–330.2

🔗 gesetze-im-internet.de • Autobahn-Richtgeschwindigkeits-V §§1–2: advies van 130 km/h

Wie mag een autosnelweg gebruiken in Duitsland?

Motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten een constructiemaximumsnelheid hebben van meer dan 60 km/h. Dit is een toelatingsvoorwaarde voor voertuigen, geen algemene minimumrijsnelheid. Voetgangers en fietsers zijn uitgesloten.

🔗 gesetze-im-internet.de • Duitse StVO: §§3(1),(3),18(1),(7)–(10); bijlage 3, borden 330.1–330.2

🔗 gesetze-im-internet.de • Autobahn-Richtgeschwindigkeits-V §§1–2: advies van 130 km/h

Wat moet ik doen als ik een afrit mis op een autosnelweg in Duitsland?

Rijd door tot de volgende afrit en kies een veilige vervolgroute. Rijd niet achteruit, keer niet en steek de middenberm niet over om naar een gemiste afrit terug te keren.

🔗 gesetze-im-internet.de • Duitse StVO: §§3(1),(3),18(1),(7)–(10); bijlage 3, borden 330.1–330.2

🔗 gesetze-im-internet.de • Autobahn-Richtgeschwindigkeits-V §§1–2: advies van 130 km/h

3. Autoweg

Een autoweg is een weg die bedoeld is om doorgaand verkeer efficiënt te verwerken, doorgaans met hogere snelheden dan op gewone wegen. Autowegen hebben vaak beperkte toegang, meerdere rijstroken, gescheiden rijbanen of ongelijkvloerse kruispunten, maar hun ontwerp en juridische status verschillen per land.

Een autoweg is niet altijd een autosnelweg. Er kunnen kruispunten, verkeerslichten of rechtstreekse toegangen voorkomen, en de toegelaten weggebruikers, snelheidslimieten en bijzondere regels hangen af van de lokale verkeersborden en voorschriften.

Hoe noemt men een autoweg in Duitsland?

De Duitse term is Kraftfahrstraße, wat weg voor motorvoertuigen betekent. Deze wordt aangegeven met een blauw bord met een autosymbool en is een andere aanduiding dan een autosnelweg.

🔗 gesetze-im-internet.de • Duitse StVO: §§3(3)(2)(c),18(1),(9); bijlage 3, borden 331.1–331.2

Moet een Duitse autoweg gescheiden rijbanen hebben?

Nee. Een autoweg kan één rijbaan hebben. Neem niet aan dat de aanduiding een middenberm, autosnelwegachtige aansluitingen of onbeperkte autosnelheid garandeert.

🔗 gesetze-im-internet.de • Duitse StVO: §§3(3)(2)(c),18(1),(9); bijlage 3, borden 331.1–331.2

Welke snelheidslimiet geldt voor auto's op een autoweg in Duitsland?

Het autowegbord stelt geen enkel algemeen maximum vast. Op een gewone weg met één rijbaan buiten de bebouwde kom is het maximum voor auto's normaal 100 km/h. Voor in aanmerking komende gescheiden of meerstrookswegen gelden andere bepalingen; volg aangegeven limieten.

🔗 gesetze-im-internet.de • Duitse StVO: §§3(3)(2)(c),18(1),(9); bijlage 3, borden 331.1–331.2

Wie mag een autoweg gebruiken in Duitsland?

Motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten een constructiemaximumsnelheid van meer dan 60 km/h hebben. Fietsers mogen de weg niet gebruiken. Voetgangers mogen een Kraftfahrstraße alleen bij kruispunten of andere aangewezen oversteekplaatsen oversteken; anders mogen ze de weg niet betreden. De constructiesnelheidsvoorwaarde is geen plicht om die snelheid in files aan te houden.

🔗 gesetze-im-internet.de • Duitse StVO: §§3(3)(2)(c),18(1),(9); bijlage 3, borden 331.1–331.2

4. Woongebied

Een woongebied is een straat of groep straten waar wonen en toegang tot lokale eigendommen de belangrijkste functies zijn. Bestuurders moeten rekening houden met voetgangers, fietsers, kinderen, geparkeerde voertuigen en voertuigen die opritten in- of uitrijden.

Sommige landen duiden bepaalde woongebieden met verkeersborden aan en passen bijzondere lage-snelheids- of gedeelde-ruimteregels toe. De snelheidslimiet, rechten van voetgangers, parkeerregels en toegelaten weggebruikers hangen daarom af van lokale verkeersborden en voorschriften.

5. Zone

Een verkeerszone is een gebied waarin een verkeersregel geldt op alle wegen of weggedeelten die tot de zone behoren. De regel begint normaal bij een zonebord aan de ingang en blijft gelden totdat het bijbehorende eindezonebord wordt voorbijgereden.

Zones kunnen snelheid, parkeren, toegang, voertuigcategorieën, emissies of ander verkeersgedrag regelen. Welke borden worden gebruikt, welke wegen onder de zone vallen en welke gevolgen kruispunten of lokale uitzonderingen hebben, hangt af van de lokale verkeerswetgeving.

6. Snelheidslimiet

Een snelheidslimiet is de hoogste wettelijk toegestane snelheid op een weg, rijstrook of binnen een afgebakend gebied. Ze kan worden vastgesteld door algemene verkeersregels of worden aangegeven met vaste, variabele of tijdelijke verkeersborden.

Een snelheidslimiet is een maximum, geen streefsnelheid. Bestuurders moeten langzamer rijden wanneer verkeer, zicht, weer, wegomstandigheden, kwetsbare weggebruikers of de toestand van het voertuig de maximaal toegestane snelheid onveilig maken.

7. Voetpad

Een voetpad is een pad of deel van een weg dat hoofdzakelijk bestemd is voor voetgangersverkeer. Het kan langs een weg lopen, door een park of woongebied voeren of volledig losliggen van wegen die door motorvoertuigen worden gebruikt.

Een voetpad kan uitsluitend voor voetgangers zijn voorbehouden of deel uitmaken van een gedeelde route met fietsers of andere toegelaten gebruikers. Toegang, voorrang en toegelaten gebruikers hangen af van de verkeersborden en lokale regels die voor het pad gelden.

8. Fietspad

Een fietspad is een deel van een weg of een afzonderlijke route die hoofdzakelijk of uitsluitend bedoeld is voor mensen die fietsen. Het kan fysiek van het motorverkeer zijn gescheiden, op het wegdek zijn gemarkeerd of met verkeersborden zijn aangeduid.

Fietspaden kunnen eenrichtings- of tweerichtingsverkeer hebben of met andere weggebruikers worden gedeeld. De toegelaten gebruikers, rijrichting, voorrangsregels en verplichting om het pad te gebruiken hangen af van de lokale verkeersborden en regelgeving.

9. Gedeeld voet- en fietspad

Een gedeeld voet- en fietspad is een pad of deel van een weg dat bedoeld is voor gebruik door zowel voetgangers als fietsers. Anders dan bij voorzieningen waar voetgangers en fietsers duidelijk van elkaar zijn gescheiden, gebruiken zij op een gedeeld pad normaal dezelfde algemene ruimte.

Omdat gebruikers met sterk verschillende snelheden kunnen bewegen, moeten fietsers voetgangers voorzichtig naderen, hun snelheid aanpassen en voldoende ruimte laten bij het passeren. Welke gebruikers zijn toegestaan, welke voorrangsregels gelden en welke snelheidsbeperkingen van toepassing zijn, hangt af van de lokale verkeersborden en regelgeving.

Gedeeld voet- en fietspad

10. Waarschuwing voor voetgangers

Een waarschuwing voor voetgangers is een verkeerswaarschuwing die aangeeft dat verderop voetgangers de rijbaan kunnen oversteken of betreden. Ze wordt vaak gebruikt nabij voetgangersoversteekplaatsen of andere locaties waar bestuurders vooraf moeten worden gewaarschuwd voor veel voetgangersverkeer.

Bestuurders die een waarschuwing voor voetgangers naderen moeten waar nodig vertragen, goed op voetgangers letten en bereid zijn te stoppen. Het ontwerp van het waarschuwingsbord en de voorrangsregels bij de oversteekplaats verschillen per land.

Waarschuwing voor voetgangers

11. Tunnel

Een tunnel is een overdekte doorgang waardoor een weg door of onder een hindernis loopt, zoals een heuvel, berg, gebouw, waterweg of andere verkeersroute. Wegtunnels kunnen één of meer rijstroken hebben en verkeer in één of beide richtingen verwerken.

Rijden in een tunnel vereist bijzondere aandacht omdat zicht, beschikbare vluchtroutes en ruimte om gevaren te ontwijken beperkt zijn. Bestuurders moeten de toepasselijke regels voor verlichting, snelheid, rijstrookgebruik en volgafstand volgen en letten op nooduitgangen, verkeerslichten en variabele informatieborden.

Tunnel

12. Brug

Een brug is een constructie die een weg, pad of spoorweg over een hindernis voert, zoals een rivier, vallei, spoorlijn of andere weg. Een verkeersbrug kan één of meer rijbanen bevatten, samen met voorzieningen voor voetgangers of fietsers.

Bestuurders moeten alle snelheids-, gewichts-, hoogte-, breedte- of voertuigtoegangsbeperkingen naleven die voor de brug gelden. Extra voorzichtigheid kan nodig zijn op smalle, blootgestelde of beweegbare bruggen en wanneer weersomstandigheden zoals wind, regen of ijs het wegdek beïnvloeden.

Brug

13. Fietsstraat

Een fietsstraat is een straat die zo is ingericht of wettelijk is aangeduid dat fietsers een prominente plaats innemen in gemengd verkeer. Motorvoertuigen mogen er doorgaans rijden, maar moeten hun snelheid en rijgedrag aanpassen aan de aanwezigheid van fietsers.

Afhankelijk van het land mogen fietsers een groter deel van de rijbaan gebruiken en kan het voor motorvoertuigen verboden zijn hen in te halen. De snelheidslimiet, voorrangsregels, toegelaten voertuigen en het begin en einde van de straat worden bepaald door lokale verkeersborden en verkeersregels.

14. Voetgangerszone

Een voetgangerszone is een gebied dat uit één of meer straten bestaat en hoofdzakelijk voor voetgangers is voorbehouden. De toegang voor motorvoertuigen is normaal verboden of beperkt tot toegelaten gebruikers, bepaalde doeleinden of specifieke tijdstippen.

Voetgangers mogen doorgaans de volledige breedte van de beschikbare wegruimte gebruiken. De regels voor fietsers, leveringen, openbaar vervoer, voertuigsnelheid, stilstaan en parkeren hangen af van lokale verkeersborden en verkeersregels.

Voetgangerszone

15. Tolweg

Een tolweg is een weg, autosnelweg, brug, tunnel of andere route waarvoor gebruikers moeten betalen. De tol kan voor alle voertuigen gelden of alleen voor bepaalde voertuigcategorieën, en het bedrag kan afhangen van factoren zoals de afgelegde afstand, het voertuigtype, het gewicht of de uitstoot.

Tol kan worden geïnd bij tolpoorten, elektronisch of via een vignet- of afstandsgebaseerd heffingssysteem. Bestuurders moeten vóór gebruik van een tolweg de toepasselijke betalingsregels controleren, vooral wanneer zij in een ander land rijden.

16. Douane

De douane is de overheidsdienst die verantwoordelijk is voor de controle van goederen die een land of douanegebied binnenkomen of verlaten. In het wegverkeer is een douanecontrolepost een plaats waar bestuurders verplicht kunnen worden te stoppen zodat beambten het voertuig, de bagage, de lading en relevante documenten kunnen controleren.

Douanecontroles kunnen plaatsvinden aan grenzen, havens, ferryterminals, luchthavens of controlelocaties in het binnenland. Bestuurders moeten alle verkeersborden, rijstrooksignalen, slagbomen en aanwijzingen van douanebeambten opvolgen. Aangifteverplichtingen hangen af van de betrokken landen en van het soort, de waarde, de hoeveelheid en het beoogde gebruik van de vervoerde goederen.

17. Eenrichtingsverkeer

Eenrichtingsverkeer betekent dat voertuigen op een weg of rijbaan slechts in één aangeduide richting mogen rijden. De toegestane richting wordt normaal aangegeven met verkeersborden, rijstrookpijlen of wegmarkeringen.

Sommige weggebruikers, zoals fietsers of voertuigen van het openbaar vervoer, mogen in de tegenovergestelde richting rijden wanneer verkeersborden dit uitdrukkelijk toestaan. Een eenrichtingsweg bepaalt op zichzelf niet de snelheidslimiet, voorrang of parkeerregels.

Eenrichtingsverkeer

18. Kade

Een kade is een aangelegd gebied langs een rivier, kanaal, haven of ander water, doorgaans gebruikt voor laden, lossen, het aanmeren van vaartuigen of toegang tot de waterkant. Een weg kan langs het water lopen of rechtstreeks naar de kaderand leiden.

In het wegverkeer waarschuwt een kadebord voor het risico dat een voertuig de weg kan verlaten en in het water terechtkomt. Bestuurders moeten snelheid verminderen, de weginrichting zorgvuldig observeren en voldoende afstand houden van de waterkant.

Kade

19. Helling

Een helling is een weggedeelte dat merkbaar stijgt of daalt. Een steile helling kan de voertuigsnelheid, remafstand, grip, zichtbaarheid en het vermogen van zware of zwak gemotoriseerde voertuigen om een constante snelheid aan te houden beïnvloeden.

Waarschuwingsborden kunnen een steile stijging of gevaarlijke afdaling aangeven en kunnen de hellingsgraad als percentage tonen. Bestuurders moeten tijdig hun snelheid aanpassen, een geschikte versnelling kiezen en rekening houden met langzame voertuigen, bochten en veranderende wegomstandigheden.

20. Busstrook

Een busstrook is een rijstrook die in de eerste plaats is voorbehouden voor bussen of andere toegelaten voertuigen van het openbaar vervoer. Afhankelijk van de lokale regels kunnen ook taxi’s, fietsers, motorfietsen of andere aangeduide voertuigcategorieën er gebruik van maken.

Busstroken worden aangeduid met verkeersborden, wegmarkeringen, gekleurd wegdek of opschriften op de rijbaan. Bestuurders die de strook niet mogen gebruiken, mogen ze alleen oprijden of kruisen waar de lokale verkeersregels dit toestaan, bijvoorbeeld om af te slaan of een eigendom te bereiken.

Busstrook

21. Bushalte

Een bushalte is een aangeduide plaats waar bussen stoppen om passagiers te laten instappen of uitstappen. Ze kan worden aangegeven door een verkeersbord, schuilhuisje, verhoogd perron, wegmarkering of andere infrastructuur voor openbaar vervoer en kan langs de weg of in een speciaal aangelegde halteplaats liggen.

Bestuurders die een bushalte naderen, moeten goed letten op bussen, voetgangers en passagiers die de rijbaan oversteken of betreden. Rond bushaltes kunnen parkeer- of stilstandsbeperkingen gelden om de halte bereikbaar en goed zichtbaar te houden.

Bushalte

22. Doodlopende weg

Een doodlopende weg is een weg die voor sommige of alle voertuigen geen doorgaande verbinding biedt. Ze kan volledig eindigen, bij een afsluiting stoppen of verderlopen als een pad dat alleen door bepaalde weggebruikers mag worden gebruikt.

Bestuurders mogen normaal een doodlopende weg inrijden om woningen, handelszaken, parkeerplaatsen of andere bestemmingen te bereiken, maar moeten erop voorbereid zijn om te keren of langs dezelfde route terug te rijden. Verkeersborden kunnen aangeven dat voetgangers of fietsers wel verder kunnen voorbij het punt waar gemotoriseerd verkeer niet kan doorgaan.

23. Stopbord

Een stopbord verplicht bestuurders om hun voertuig volledig tot stilstand te brengen en voorrang te verlenen voordat zij de weg voor hen oprijden of kruisen. Er moet worden gestopt aan de stopstreep of op een andere wettelijk voorgeschreven plaats.

Na het stoppen mag de bestuurder alleen verderrijden wanneer dit veilig kan en zonder het verkeer dat voorrang heeft te hinderen. Door te stoppen krijgt de bestuurder zelf geen voorrang.

Stopbord

24. Voorrang verlenen

Een bord voor voorrang verlenen verplicht bestuurders om verkeer met voorrang eerst te laten doorgaan voordat zij een weg oprijden, kruisen of invoegen. Bestuurders moeten snelheid verminderen, naderend verkeer observeren en indien nodig stoppen.

In tegenstelling tot een stopbord verplicht een bord voor voorrang verlenen niet altijd tot volledig stoppen. De bestuurder mag alleen zonder te stoppen doorrijden wanneer de route duidelijk veilig is en geen weggebruiker met voorrang wordt gedwongen snelheid of richting te veranderen.

Voorrang verlenen

25. Rotonde

Een rotonde is een cirkelvormige weginrichting waar verkeer in één aangeduide richting rond een centraal eiland rijdt. Voertuigen rijden de rotonde op en verlaten deze via aansluitende wegen, en verkeersborden of plaatselijke regels bepalen wie voorrang heeft.

Bestuurders moeten snelheid verminderen, een geschikte rijstrook kiezen, alle weggebruikers observeren en waar vereist richting aangeven bij het verlaten. De rijrichting, voorrang bij het oprijden, het rijstrookgebruik en de regels voor fietsers en voetgangers hangen af van plaatselijke verkeersborden en regels.